Het kunstgebitje van mijn vader.

Het is al vele jaren geleden, ik woonde nog thuis en onze ouders hadden een boerderij met varkens, enkele koeien en wat kippen, ook hield mijn vader duiven als hobby!
Naast ons huis hadden we een moestuin waarin groenten en aardappelen werden verbouwd, achter het huis hadden we een kleine boomgaard met wat appelbomen, perenbomen, en een oude pruimenboom waaraan elk jaar dikke blauwe en vooral zoete pruimen hingen.
Ze waren heerlijk en sappig  maar dat vonden de wespen blijkbaar ook, hele zwermen met wespen kwamen er op af, mijn moeder had overal van die wespen vangers neergehangen maar toch bleven ze komen en dat in grote getale.
Achter in een van de hoeken van de boomgaard stond een gammele bijenstal, deze oude bijenstal had zijn beste tijd allang gehad en werd nu bewoond door familie egel en een paar roodborstjes met hun jongen.
Naast de koeienstal lag een grote mesthoop, waar regelmatig de kippen te vinden waren, van de tien keer dat de kippen rond scharrelden waren ze zeker acht keer bij deze grote mesthoop te vinden.
Daar schraapten ze dan hun dagelijkse kostje bij elkaar, rond de kippen stapte vol trots een flink uit de kluiten gewassen haan, en er waren maar weinig mensen die in de buurt van zijn dames konden komen.
De scharreleitjes van deze kipjes waren lekker, vers en gezond en moeder maakte er de lekkerste pannenkoeken mee!
Als kind hielpen we onze ouders regelmatig in en om de boerderij, er was voor ons kinderen altijd wel wat te doen, vooral moeder was een ster in het zoeken van karweitjes.
Of we werden even naar de bakker gestuurd voor een paar broden of naar de kruidenier voor wat dagelijkse dingetjes, maar we kregen ook voldoende tijd om lekker te spelen maar dan wel buiten.
Onze hond die het erf bewaakte speelde altijd mee, er werd dan bijvoorbeeld een tak gegooid die Buffy dan ophaalde, “kom Buf pak hem” Buffie rende dan als een gek naar de stok en bracht deze dan zeven van de tien keer terug!
Mijn vader had een kunstgebit, eentje voor onder en eentje voor boven, maar eerlijk is eerlijk zijn ondergebitje zat meer in zijn broekzak dan in zijn mond,  maar tijdens het eten, bij visite en als vader en moeder naar de kerk gingen dan verhuisde het gebit weer van de broekzak naar zijn mond.
Het was een zonnige dag in de mei en vader was druk in de moestuin, het was de tijd van spitten, planten en zaaien, om een rijke oogst te krijgen werd er een flinke laag mest op het land gebracht en eronder gespit.
De kipjes hadden al snel in de gaten dat door het spitten van vader de lekkerste hapjes tevoorschijn kwamen, en het duurde niet lang of de ene wurm na de ander verdween in hun keelgat.
Rond tien uur werd er koffie gedronken, standaard twee kopjes en dan ging iedereen weer verder met zijn werk, en rond 12 uur soms wat later, werd er gegeten.
Meestal werd er warm gegeten tussen de middag, “wat schaft de pot vandaag?” vroeg vader aan moeder toen hij de keuken binnenstapte, werken op het land maakt namelijk hongerig en vader lustte wel wat.
Vandaag eten we aardappels met worst, jus en verse spinazie met gekookt ei erop, nou dat lustte vader wel, en omdat het eten nog niet helemaal klaar was las vader nog wat in de krant.
Ook wij, de kinderen, zaten inmiddels aan tafel, moeder had ons even daarvoor geroepen en het duurde dan ook niet lang of ik zat samen met mijn twee broers en vier zusjes ook aan de tafel.
Toen moeder tien minuutjes later het eten op tafel zetten werd de krant terzijde gelegd en werd er gebeden, meestal was dat het onze vader die een onverstaanbaar gebedje mompelde, aan de klank konden we wel horen of het een weesgegroetje of een onzevader was..
Na het gebed werd er opgeschept en kon het eten beginnen, vader stak zijn hand in zijn broekzak om het onder gebitje op te duiken, hummm!,… In zijn linker broekzak geen gebit!, in zijn rechter broekzak geen gebit!, misschien in zijn oude bijna versleten buis? Maar ook hier in zijn linker jaszak geen gebit!, in zijn rechter jaszak geen gebit! “Woar is mien gebit???”, vroeg vader zo ineens uit het niets!
Maar niemand had vaders gebitje gezien, een van ons werd naar de slaapkamer gestuurd om te kijken of het gebit nog op het nachtkastje lag, maar ook daar geen gebit!
Wij kinderen werden door het hele huis gestuurd op zoek naar het gebitje van vader, maar waar er ook gekeken werd het gebitje werd niet gevonden!

Het duurde niet lang of iemand kwam met de verstandige vraag, “heyy um nit op het land verloren bie ut spit’n van tuin? Of misschien is hee wa oet oene boakse valn?” Ook het buis waar vader zo aangehecht was kwam ter sprake.
Vader vond dat idee wel raar omdat zijn pruimtabak nog wel in zijn broekzak zat, hij was er namelijk van overtuigd dat het gebit in dezelfde broekzak had gezeten net zoals de pruimtabak!
“Woarum hoal ie dat gebitje dan ook niet in de mond?  Woar het heurt!”  Moeder had er een beetje de pee in omdat het eten werd verstoort en alles koud stond te worden, en ze was er zo druk mee geweest, en dit allemaal omdat vader zijn gebitje kwijt was.
Vader mompelde wat, stond op en liep zonder nog wat te zeggen de keuken uit, op naar de moestuin, op zoek naar zijn gebit!
Vader keek op weg naar de moestuin richting de grote mesthoop waar Buffy met zijn botje aan het spelen was, verbaast bleef vader even staan, het duurde maar een kort moment voordat vader besefte dat Buffy met zijn onder gebitje aan het spelen was.
“Hier!!!!!!, BUFF HIER!!!!!!” maar Buffy bleef lekker liggen waar hij lag, op een drafje rende vader naar de mesthoop om zijn gebitje op te eisen, maar Buffy dacht er anders over!
Hoe vader het gebitje uit de bek van Buffy heeft gered? Dat zullen we hier maar niet vermelden maar een flinke wasbeurt was nodig, voor baas en hond.


Hoe ging het verder?

Nou om heel kort te zijn, het gebitje dat gelukkig nog in zeer goede staat was werd schoongemaakt en gepoetst alsof het van zilver was, het gebitje verdween na het eten gewoon weer in zijn broekzak, netjes naast de pruimtabak wachtend om weer opgediept te worden.

IKKE