All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 9

Zal ik even gaan kijken bij Daron, een beetje frisse lucht zal me goed doen, dacht ik, ik pakte me flink in, jas, muts, sjaal en handschoenen, nu kan ik er wel tegen, mompelde ik.

Ik ging naar buiten, het was niet echt gemakkelijk om buiten te komen, omdat er een flink pak sneeuw achter de deur lag, maar met een beetje kracht lukte het.

Ik moest flink stappen om door de sneeuw te komen. Toen ik een tijdje later bij het houthok kwam, zag ik niemand. Daron riep ik, voorzichtig, ik wilde niet de hele buurt wakker maken.

Ik hoorde gestommel boven mijn hoofd, toen ik naar boven keek zag ik het hoofdje van Daron. Hallo Henk, ik dacht dat jij allang sliep, sprak hij zachtjes.

Ik legde uit dat ik al geslapen had, en even langs kwam om te kijken of alles goed ging.

Het is erg rustig, maar dat hadden we al verwacht, fluisterde hij bijna.

Waarom praat je zo zachtjes, fluisterde ik terug. Stel dat iemand ons hoort, fluisterde Daron weer. Weet je wat stelde ik voor, we gaan naar binnen, kunnen we nog even praten, het is hier toch rustig, en binnen is het heerlijk warm. Ik heb nog een paar vraagjes, wie weet, weet jij de antwoorden, Daron.

Inderdaad,  dat is best wel een goed plan, deze kou is ook niet goed voor een Ent, en mijn sapstroom wordt er ook niet vlotter op. Ik ga wel met je mee, maar ehm wil je me tillen?, anders ben ik er morgen nog niet.

Ik lachte bij zijn opmerking, de gevallen sneeuw was hoger dan hij, ja hoor is prima, ik zal je wel tillen.

Bij het naar binnen gaan voelde ik de heerlijke warmte van de kachel, ik pakte nog wat te drinken en nam weer plaats op mijn oude, vertrouwde stoel, zo heerlijk, sprak ik tegen Daron.

Hoe zit dat nu met de voorspelling, waarom ben ik de zoeker van de sleutels, vroeg ik aan Daron.

Dat is een goede vraag, het is eigenlijk een bloedlijn, je vader heeft ook de merken, en je zoon ook, de oudste zoon van je zoon krijgt ze ook, wie dat doet en hoe, zou ik niet weten.

We hebben de sleutel nu nodig, en jij bent op dit moment, de vinder van de sleutels, dus daarom, na jou komt je zoon dus, zoals ik al vertelde, maar hij is nog jong.

Torin heeft wel besloten je beide kinderen erin te betrekken, ik weet niet waarom, maar hij zal er vast wel een rede voor hebben.

Mijn kinderen erin betrekken!!!!, maar…., waarvoor, en waarin, wat gaat er gebeuren dan?, ik wond me op, mijn kinderen, er bij betrekken.

Rustig maar Henk, Torin zal er alles aan doen om jou en je kinderen te beschermen, maar de tijd is nog niet helemaal gekomen, maar lang zal het niet duren, geloof me, er moet nog veel geregeld worden.

We zullen wel zie hoe het gaat, ik kijk maar eens rustig de appel uit de boom, maar er gebeurt zeker niets tegen mijn wil, en ook niet met dat van mijn kinderen, liet ik duidelijk merken.

Daron, knikte alleen maar, maar zei niets, ik droom steeds van een boom, die gespleten is, weet jij daar wat van?, Vroeg ik.

Nee Henk, daarvoor moet je toch bij Torin zijn, hij zal je de komende dagen voor bereiden op je reis, die je gaat maken, we hebben de sleutel nodig, en het de tijd begint te dringen.

Daron keek daarbij zeer ernstig, en keek pijnsent voor zich uit, er viel een lange stilte, beide worstelend met onze gedachte.

Plotseling werden we beiden opgeschrikt door een rommelend geluid, die boven onze hoofden wegkwam.

Ze zitten op het dak, schreeuwde Daron, al rennend naar de deur.

Ik stond op, als door een wesp gestoken, en rende er achter aan, we stormde letterlijk en figuurlijk naar buiten, om te zien wat er op het dak gebeurde.

Oei, dat was even schrikken bekende Daron, er is alleen maar sneeuw van het dak gevallen, de kust is veilig.

Ik begin het een beetje moe te worden, vertelde ik klagend aan Daron, elke keer die schrik momenten, ik kan er niet meer tegen, mijn hart blijft er nog een keer stilstaan door al dat gedoe.

Glimlachend keek Daron mij aan, ja lach maar, ik baal er enorm van, dat kan ik je wel vertellen, ik wil mijn rustige leventje terug.

Sorry Henk, maar je avontuur moet nog beginnen, maar troost je, je gaat niet alleen.

Ik kan er echt niet tegen dat ik niet weet wat er allemaal aan de hand is, dat gedoe met al die trollen of hoe ze ook mogen heten, ik word er knettergek van, en zeg maar tegen Torin dat ik wil weten wat er aan de hand is, en snel ook, of ik ga op vakantie en jullie zoeken het maar uit, opgewonden, en op een beetje schreeuwerige toon kwam het eruit, sorry Daron maar zo voelt het op dit moment. wel begrijpen, sprak Daron begripvol, Henk we hebben jullie nodig, anders komt er een einde aan ons bestaan, we zullen anders allemaal worden uitgeroeid, tenminste daar ziet het er naar uit.

We besloten weer naar binnen te gaan, om ons op te warmen, ik ga zo naar bed Daron, ik ben moe, ik wil alleen nog maar slapen.

We kletste nog wat na, over koetjes en kalfjes, daarna zocht ik mijn bed op, ging erop liggen, en viel als een blok in slaap, met mijn kleren nog aan.

De volgende morgen, was ik al weer vroeg wakker, om acht uur stond ik al weer beneden, ik besloot de kachel maar eens flink op te stoken, even later voelde ik de heerlijke warmte al toenemen, ik had koffie gezet, en een boterhammetje gesmeerd, dicht bij de kachel, genoot ik van het heerlijke warme vocht, met de naam koffie.

Ik kreeg een vreemd gevoel in mijn maag, die zich verspreide door de rest van mijn lichaam, een heerlijke warmte, licht prikkelend, ik stond op, keek naar de tafel, zag het boek liggen, en liep er naar toe.

Ik pakte het boek, en liep er weer mee naar mijn stoel, het boek was al weer veranderd merkte ik, de voorzijde van het boek, de vormen leken steeds meer op dat van een gezicht, ik opende het boek, met de vreemde dikke pagina’s, vreemd de hoofdstukken die ik gelezen had, waren verdwenen.

Ik begon rustig te lezen,

 

Hallo Khemron, vinder van de sleutel.

 

Ons rijk loopt groot gevaar, eeuwen geleden is er een sleutel gesmeed, een sleutel die in de handen van het goede, het kwade verdrijft, en in de handen van het kwaad het goede verdrijft.

De sleutel is eeuwen geleden in drie delen gehakt, en verdeeld, een deel is bij de nimfen terecht gekomen, nu is vrouwe Telea beschermvrouw van de Enten, en de sleuteldraagster, zijn heeft het over genomen van haar moeder, en zijn weer van haar moeder, en zo door.

Een deel is naar het volk van de bergen gegaan, koning ????, heeft, het tweede stuk van de sleutel, eeuwen geleden vlak voor zijn dood verborgen, er waren geen opvolgers, het volk van de bergen is niet meer.

En het derde en laatste deel van de sleutel is naar Schotland gegaan, de heer van de Ness, heeft eeuwen geleden een speciale plek gebouwd voor de sleutel, maar heeft het geheim daarvan niet kunnen doorgeven, hij is gevallen bij de slag om ????, zijn volk is er nog steeds, maar bij de sleutel kan niemand komen.

Jij Khemron ben de vinder van de sleutel, in de bloedlijn van de vinders van de sleutel zit het geheim, dat van vader naar zoon, naar zoon, naar zoon word doorgegeven, en dat al eeuwen lang, zelfs ik weet niet wat dat geheim is. Maar het is me wel bekent dat we zonder hulp van, de vinder van de sleutel, verloren zullen gaan, de Enten zullen aan het einde komen, ook de Nimfen en anderen zijn dan gedoemd om sterven.

Khemron we hebben je nodig, als we het zonder jou hadden gekund zouden wij je niet lastig vallen, en je dit alles besparen, maar helaas, we kunnen niet anders.

Morgen zal ik je vertellen hoe het verder gaat, rust veel, je zult het nodig hebben.

 

Einde

 

Met deze woorden kwam ik aan het einde van het hoofdstuk, de vorige keer werd ik als het ware door het boek gestuurd, en meegesleurd, maar nu was het anders, het voelde als een kind dat na zijn of haar vader luisterde.
Ik legde het boek, na het lezen terug op tafel, en besloot, om na de koffie naar de bibliotheek te gaan om lectuur te vinden over nimfen en wezens uit de andere wereld.

Ik wilde toch meer informatie, en misschien dat ik dat in de bibliotheek kon vinden.

Later die middag, doorzocht ik de stellingen van de bibliotheek, maar veel verder kwam ik er niet mee, er was wel van alles te vinden, maar niet over Nimfen en Kobolden, tja, alles over kabouters, smurfen, klopgeesten en spoken, kon ik er wel vinden, maar dat was het dan ook wel.
Ik besloot naar huis te gaan, en internet eens af te surfen, misschien vond ik daar wat.

Thuis aangekomen, startte ik direct mijn pc op, echt snel ging het niet, zoals gewoonlijk, na een tijdje gezocht te hebben, had ik het wel gezien, er was echt van alles te vinden, over de vreemdste wezens, van trollen, tot dreutels, echt alles, maar niet wat ik zocht.

Ik was er nieuwsgierig naar morgen, maar kon door wat ik vond, dat niet bevredigen, en mijn nieuwsgierigheid nam alleen maar toe.

Later die avond dat ik heerlijk ontspannen op mijn stoel zat, en alles weer een in mijn hoofd op de rij probeerde te zetten, bedacht ik me ineens dat de telefoontjes en de dromen afgelopen waren, maar echt rouwig was ik daar niet om, het sliep een stuk beter, en dat was een ding wat zeker was.

Ik besloot, de raad van Torin het boek, maar op te volgen, en dat was op tijd te gaan slapen, ik zou mijn rust nog nodig hebben, had hij gezegd, wat dat ook maar mocht betekenen.

Hoe lang ik geslapen had weet ik niet, maar een luid gillend en schreeuwend geluid haalde me abrupt uit mijn slaap, binnen seconden zat ik recht op in mijn bed, het kwam van buiten, bedacht ik me, toen ik me eenmaal georiënteerd had.

Ik sprong uit mijn bed, schoot in mijn ochtendjas, schoof mijn sloffen aan mijn voeten,en haastte me naar beneden, daar was niets te zien, ik pakte mijn zaklamp, die ik nu altijd met volle batterijen op een vaste plaats had staan.

En ging voorzichtig naar buiten, toch bang voor wat ik zou zien, ik scheen met de lamp in het rond, en riep luid ”hallooo, wie is daar?” hopende daarmee de eventuele inbreker op de vlucht te laten slaan.

 

EINDE HOOFDSTUK 9

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.