All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 40

Je kon via loopbruggen van de ene naar de andere toren lopen, en onder iedere toren was een open ruimte waar de wachten konden schuilen.
Een van de oude mannen had me verteld dat Koning Vaolan dit kasteel in zijn jonge jaren had laten bouwen.
Hij had een geheime schuilplaats in de kelder laten bouwen, en wie weet waren er nog wel meer van zulk soort plekken, het was een groot kasteel, dus ruimte genoeg voor meer geheime plekken zou ik zo zeggen.
Mijn onderzoek begon met de torens, elke toren had een doorsnede van ongeveer vier meter, het dak van de toren ruste op acht grote palen, het uitzicht was adembenemend, op deze hoogte kon je echt alles overzien.
Ik maakte even een praatje met een Rider die hier op wacht stond, en wandelde toen verder, een paar torens verder kon je de zee in de verte zien, en weer twee torens verder zag ik de cirkels met de stenen liggen.
Ik kon duidelijk de drie cirkels zien, in het midden lag een grote ronde steen, morgen zou ik die cirkels maar eens van dichtbij gaan bekijken.
Toch kreeg ik een vreemd gevoel op deze torens, misschien dat het aan hun hoogtes lag, ik had geen idee.
Vanuit de torens kon je ook de gehele binnenplaats overzien, de lange Riders leken vanaf deze hoogte wel op kabouters.
Na de torens kwam de bovenverdieping van het kasteel aan de beurt, vrouwen waren met van alles en nog wat bezig, kinderen waren helemaal in hun spel verdiept.
Ik vroeg aan een paar vrouwen of zei iets wisten van een geheime sleutel, maar ook zei hadden daar nog nooit van gehoord, misschien dat vrouwe Arabella meer weet.
Ik vroeg wie vrouwe Arabella was, ze vertelde me dat vrouwe Arabella de vrouw van koning Morogh was.
Ik besloot op zoek te gaan naar vrouwe Arabella, ze hadden me verteld waar ik haar kon vinden, ik was net op weg naar haar toe toen er alarm klonk vanuit de toren, ik rende meteen als een gek weer naar terug naar de toren.
Er kwamen twee ruiters in vol galop op het kasteel aan rijden, ik ijlde me naar beneden toe, toen ik beneden kwam hadden ze net de poort opengedaan, het waren twee     van de twaalf Riders die op zoek waren gegaan naar de Karnakken.
Even later vertelde ze dat ze de Karnakken hadden gevonden, een dag rijden vanaf hier, er lagen twee grote boten aan wal, daar hadden de Karnakken op de wal hun kamp opgeslagen.
Nadat we de Karnakken een paar uur gade hadden geslagen, zijn wij tweeën weer terug gereden om jullie te waarschuwen.

Even later zaten Theolan, Marieke, Nick, een paar Riders en ik, bij elkaar om te bespreken wat te doen.
Om hoeveel man gaat het? vroeg ik aan een van de Riders die teruggekeerd was, ongeveer vijftig man, antwoorde hij, en de gevangenen? Heb je die gezien? Hij vertelde dat ze geen gevangenen hadden gezien.
Ik probeerde zoveel mogelijk te weten te komen, informatie hadden we nodig we moesten een plan bedenken om koning ???? te bevrijden, hij weet waar de ring is en die ring die hebben we nodig, de tijd begint te dringen dus haast is geboden.
Op een stuk papier had ik het kamp van de Karnakken getekend op aanwijzingen van de twee Riders, we besloten het kamp vanaf drie punten binnen te vallen, liefst nog als het donker is, we konden een deel van de Karnakken uitschakelen met behulp van de infrarood kijkers.
Daarna zouden we het kamp binnenvallen, de plannen waren klaar, Theolan informeerde de Riders en even later was het overal een drukte van belang, twintig Riders zouden achter blijven, ook Marieke ging niet mee.
Een paar uur later waren we op weg, het koste ons inderdaad een dag rijden om in de buurt van het Karnakkenkamp te komen, op flinke afstand van het kamp stapte we van onze paarden.
Een paar Riders werden op pad gestuurd om de acht overgebleven verkenners op te sporen, we hadden eerst via een walkie talkie geprobeerd maar we kregen geen verbinding.
Het duurde langer dan we hadden gedacht voor de acht Riders waren opgespoord.
Een van de acht verkenners vertelde dat er weinig gebeurde in het kamp, wel was er gisteren een nieuw groepje aangekomen, vijftien Karnakken, ze kwamen duidelijk van een rooftocht, omdat ze flinke buit bij zich hadden, en twaalf gevangenen.
Daarna hadden ze gefeest en nu was het rustig, we besloten er vaart achter te zetten, we namen onze plannen door, morgenvroeg als het nog donker was zouden boogschutters met behulp van infraroodkijker de wachten uitschakelen.
Daarna zouden we vanuit drie richtingen het kamp binnenvallen, zo stil mogelijk, als het hele kamp in rep en roer was zouden er misschien aan onze kant slachtoffers vallen en dat wilden we voorkomen.
Twee groepjes van tien man zouden de schepen voor hun rekening nemen.
De plannen werden tot in de puntjes doorgenomen, als de boogschutters hun werk gedaan hadden zou de roep van een nachtvogel te horen zijn, dat was het sein om in actie te komen.
Een paar uur later had iedereen zijn plaats ingenomen, klaar om in actie te komen, het signaal kwam sneller dan verwacht.
In een bijna vredevolle stilte, vielen de Riders het kamp binnen, lang duurde het niet of er klonken enkele gesmoorde kreten.
De actie verliep volgens het boekje, het duurde niet lang of het kamp was in onze handen, veel gevangenen werden er niet gemaakt, de meeste Karnakken werden in hun slaap overvallen en konden dit niet meer navertellen.
In de eerste ochtendschemering werd het hele kamp doorzocht en niet te vergeten de beide schepen die aan wal lagen.
Onderin de schepen werden in donkere ruimtes de gevangenen gevonden, die daar aan kettingen waren vastgeklonken.
Een dik uur later waren ze allemaal bevrijd, velen hadden een slechte conditie, de Karnakken hadden ze slecht behandeld, veel eten en drinken hadden ze niet gehad de laatste dagen.
Gelukkig vonden we in het kamp genoeg etenswaren om de gevangenen weer een beetje mens te laten worden.
Ik vroeg wie koning Morogh was, maar niemand melde zich, een paar mannen vertelde dat ze koning Morogh na hun gevangenneming niet meer gezien hadden, de paar gevangen genomen Karnakken werden ondervraagd maar ook zei konden geen antwoord geven.
De schepen werden nog een keer grondig doorzocht, maar er werd geen koning Morogh gevonden.
Na de middag werd alles     van waarde verzameld, de resten van het kamp werd in de boten gestouwd, de boten zouden door enkele bevrijde gevangenen meegenomen worden.
De volgende morgen vertrokken we naar het kasteel van koning Morogh, zonder Morogh maar wel met de bevrijde gevangenen, de gestolen paarden en het vee, en niet te vergeten de gestolen goederen.
Laat in de avond kwamen we aan in het kasteel, het kasteel die al in diepe rust was, enkele Riders liepen wacht en de rest lag al op een oor.
Maar het duurde niet lang of het hele kasteel was wakker, gezinnen werden herenigd, veel blije gezichten maar ook hier en daar een traan.
De volgende dag besloot ik vrouwe Arabella op te zoeken, ik vroeg haar of zei iets van een sleutel wist, ook zij wist van niets.

Morogh had vele jaren geleden dit kasteel laten bouwen, dit kasteel heeft hij zelf ontworpen vertelde ze trots.
Ze vertelde ook dat Morogh ook de leider van de orde van de cirkel was, ik vond het allemaal maar geheimzinnig vertelde ze, hij heeft ook die grote stenen cirkels laten aanleggen, daar hielden ze hun geheime bijeenkomsten, die omringd waren met vreemde rituelen.
De orde van de cirkel was voor hem erg belangrijk, ik vroeg aan haar of er nog meer geheime plekken waren zoals in de kelder, maar dat wist ze niet.
Ik was niet veel wijzer geworden, en ik had geen idee hoe het nu verder moest, geen sleutel, geen koning Morogh, en niemand die ook maar iets wist over de sleutel.
Het onderzoek naar de sleutel zat helemaal vast, ik had wel het gevoel dat op een of andere wijze de cirkels er iets mee te maken moesten hebben.
Later op de dag vertelden ze me dat er een grote storm werd verwacht, zeevogels vlogen in grote groepen land inwaarts, een van de mannen die we gered hadden vertelde dat.
Hij wees naar de lucht, snoof een paar keer, en knikte opwindend met zijn hoofd, dit word een zware storm, een hele zware.
Toen ik even later Theolan tegen kwam vertelde ik hem van de storm, misschien is het beter dat we de tenten buiten het kasteel tijdelijk af breken en dat we ons kamp in het kasteel opslaan.
We hadden toen we de gevangenen hadden gered, buiten het kasteel ons kamp opgeslagen, de bewoners van het kasteel en nog een honderd Riders was toch wel teveel van het goede, en we wilde de mensen ook niet tot last zijn.
De rest van de middag waren we bezig om ons voor te bereiden op de verwachte storm.
En de storm die kwam, donder bliksem, wind, regen, hagel, alles wat er maar uit de lucht kon vallen viel er ook, het was noodweer, die uren aanhield.
Wat waren we blij dat we niet in onze tenten lagen, daar hadden we deze storm niet doorstaan, we waren zeker met tent en al de lucht in gevlogen.
Pas tegen de middag hield de storm op, zo snel als hij gekomen was, zo snel was hij ook weer verdwenen.
Overal kwamen de mensen uit hun schuilplaatsen, en begonnen de rommel die de storm veroorzaakt had weer op te ruimen.
Ik besloot om het hogerop te zoeken en vanaf de uitkijk torens de schade in de omgeving eens te bekijken.
Het eerste wat me opviel waren de vele gesneuvelde bomen, velen waren letterlijk uit de grond getrokken en een eind verder weer neergesmeten.
De golven van de zee waren nog zeer onstuimig, de golven zagen er prachtig uit met hun witte schuimkoppen.
Ik wandelde van de ene toren via een brug naar de volgende, met mijn hoofd omlaag, ik moest oppassen of ik niet struikelde over de rommel die hier en daar lag.

 

 

EINDE HOOFDSTUK 40

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.