All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 39

Misschien net leeg gemaakt, of leeggeroofd, geen idee, net voordat ik me omdraaide en deze ruimte wilde verlaten, hoorde ik iemand zachtjes hoesten.
Ik was toch helemaal alleen in de kelder, of tenminste dat dacht ik.
Is daar iemand!!, riep ik,……,,hallooo, is daar iemand???”. Niemand reageerde. Ik scheen met mijn zaklamp door de grote kelder en vroeg nogmaals of er iemand was, maar een antwoord kreeg ik niet.
Het geluid kon niet van boven komen, de muren en vloeren van dit kasteel waren zo dik, dat er geen geluid door kon dringen.
Ik wist zeker dat ik iemand had horen hoesten, ik besloot eerst maar eens een frisse neus te halen, het vocht in de kelder zorgde voor een muffe en ongezonde lucht.
Ik zou straks mijn onderzoek wel voortzetten, boven liep ik al meteen tegen Nick en Marieke aan, we waren je al kwijt pap. Is dat zo? Vroeg ik.
Ja dat is zo, we wilde net naar de kelder lopen om je daar te zoeken, nou! dat hoeft dan niet meer, hier ben ikke.
Wat is er aan de hand dan? Vroeg ik, niets…, maar we miste je en daarom wilde we je zoeken, vertelde Marieke met een brede lach.
Maar het is mooi dat ik jullie hier tref, kunnen jullie mij straks mooi helpen om een raadsel op te lossen.
Een raadsel? vroegen ze nieuwsgierig, ja een raadsel maar dat vertel ik jullie straks wel, ik ga eerst een bak thee drinken, en een beetje frisse lucht snuiven.
We spraken de tijd en plaats af waar we ons zouden treffen.
Een klein uurtje later stonden we in de kelder, we liepen naar de lege ruimte, ik vertelde dat ik hier iemand had horen hoesten, en dat er niemand in de kelder was geweest.
Nick scheen met zijn zaklamp over de grond in de lege ruimte, Marieke en ik waren op een andere plek in de kelder een het zoeken naar aanwijzingen.
Ik had bij het zoeken naar de eerste sleutel ontdekt dat de kleinste aanwijzingen erg belangrijk konden zijn.
We hoorde Nick roepen, dat we moesten komen kijken hij had wat ontdekt.
We snelde ons naar hem toe, wat is er vroeg ik, moet je eens kijken wat ik ontdekt hem, Nick scheen met zijn zaklamp op de grond, zie je al die voetstappen, ja die had ik al gezien Nick.
Nick keek me aan en vroeg, maar heb je ook het volgende gezien, hij scheen nogmaals met zijn zaklamp naar de grond, kijk eens naar de richting die ze opgaan, ze lopen allemaal richting de muur.
Verrek zeg, dat is apart, moest ik bekennen, ik begreep er niets van, ik ging op mijn knieën liggen om het beter te bekijken, er zit een kier onder deze muur kwam ik tot de ontdekking.
Er moet hier een geheime deur zitten, kwam Marieke tussen beide, Nick en ik knikte allebei bevestigend, dat kan niet anders mompelde ik.
Hoe zou die deur openmoeten? Was het eerste wat we ons afvroegen, misschien dat we aan die ringen moeten trekken of draaien, het was Nick die deze opmerking maakte.
Wacht!!, wacht, ik stelde voor om er even mee te wachten, stel dat we aan die ringen trekken of draaien, en de deur zou opengaan, wat kunnen we dan verwachten.
Het lijkt me beter dat we Theolan erbij halen en een paar Riders, veiligheid voor alles, voorkomen is beter dan genezen, leek me.
Het duurde niet lang of er stonden een tiental Riders met bogen en zwaarden te wachten op wat er zou komen.

Een poging om aan de ringen te trekken om zo de geheime deur open te maken faalde.
Ik draaide aan de eerste ring tot hij in een verticale stand stond, verder kon ik hem ook niet draaien, ook nu weer gebeurde er niets, ik besloot het zelfde te doen met de tweede en derde ring, ook niets, maar toen ik de vierde ring in een verticale stand draaide hoorde we ineens een doffe klik, de muur opende zich als een draaideur.
We trokken de deur helemaal open, een vochtige en broeierige lucht kwam ons tegemoet, we schenen met onze zaklampen naar binnen.
Het eerste wat we zagen waren oude mannen met opgeheven zwaard in hun handen met daarachter tientallen vrouwen en kinderen die ons angstig aankeken.
Het licht van onze zaklampen verblinde hun, Theolan riep dat we hun geen kwaad wilden doen, en dat we goed volk waren.
Het koste ons wat praten om deze arme mensen er van te overtuigen dat we goed volk waren en we hun echt geen kwaad wilde doen.
Je kon aan deze mensen zien dat ze veel hadden meegemaakt de laatste tijd, een goede maaltijd en een paar uur slaap zou deze mensen goed doen.
De volgende dag vertelde een paar oude mannen ons hun verhaal, een week geleden stonden er zes monniken van de orde van de heilige cirkel, gehuld     in bruine pijen aan de poort, ze vertelde dat ze op doorreis waren.
Maar een van de monniken was onderweg gevallen en had een pijnlijk been, ze vroegen of ze een paar dagen in het kasteel mochten blijven tot het been hersteld was, dan konden ze hun reis voortzetten.
Drie dagen later, klonk er in de vroege ochtend alarm, de Karnakken vielen aan
De Karnakken, ook wel het zeevolk genoemd voeren met hun grote schepen over de wijde zeeën, op zoek naar prooi, ze vielen altijd in de vroege ochtendschemer aan.
Binnen de kortste keren was alles in rep en roer, vrouwen, kinderen en oude mannen zochten de schuilplaats op, anderen trokken hun zwaarden, de poort die elke avond werd gesloten, zwaaide open.
Als snel kwamen we er achter dat de zes monniken van de orde van de cirkel, geen monniken waren maar Karnakken die door een list in het kasteel verbleven, en die nu van binnen uit de wachten hadden gedood en de poort hadden geopend.
Het duurde niet lang of de Karnakken stroomden massaal door de geopende poort naar binnen, het gevecht duurde niet lang, de Karnakken vormden een te grote overmacht.
Onze overgebleven mannen werden gevangen genomen, ook koning Vaolan was een van hen.
Het hele kasteel werd geplunderd, paarden werden meegenomen, en alles wat waarde voor hun had.
We hoorde in onze schuilplaats hoe er gefeest werd, een dag later was het stil, voorzichtig gingen we op onderzoek, we zagen over al doden liggen en dat er hier en daar brand was.
Voordat we ook maar aan het blussen konden beginnen, of met het begraven van de doden, zagen we jullie in de verte aankomen, we trokken ons weer terug in onze schuilplaats, we hadden voedsel en drinken voor een paar dagen.
Het vocht in de kelder maakte ons ziek, we moesten er van hoesten en zo hebben jullie ons ontdekt, de rest weten jullie.
Ik vroeg of ze ook wisten waar koning Vaolan naar toe gebracht worden, ze vertelden dat de Karnakken op en van de zee leefden, soms voeren ze naar de wal, sloegen daar hun kamp op en gingen dan op rooftocht.
Dus de kans bestaat dat ze hier ergens in de buurt hun kamp hebben opgeslagen?.
Ja dat zou kunnen, maar het kan ook zijn dat ze de gevangenen mee nemen en ergens als slaven verkopen.
Ik vroeg meteen aan Theolan of hij een tiental van zijn beste verkenners en sporenzoekers wilde aanwijzen.
Als die Karnakken nog ergens in de buurt zijn dan wil ik dat zo snel mogelijk weten, een uur later vertrokken er twaalf Riders op zoek naar Karnakken.
Ik vroeg aan een van de oude mannen of hij wel eens van een geheime sleutel had gehoord, hij dacht een moment na, toen vertelde dat hij dat er nog nooit van gehoord had.
Ik naar de andere mannen, maar ook van hun had er nog niemand van een geheime sleutel gehoord.
Ik besloot Torin te raad plegen, maar ook hij kon me niets vertellen, alles is afgeschermd vertelde hij, dat zou kunnen betekenen dat de sleutel hier zou kunnen zijn.
Een ding is wel zeker koning Vaolan is de beschermheer van de tweede sleutel, maar hij zal de sleutel net zo goed verborgen hebben als Koning Morogh, van het volk van Ness.
Toen de sleutels werden verdeeld, vertelde Torin, moesten de drie beschermers van de sleutels, zweren dat ze de sleutel zouden verbergen, en beschermen met hun leven.
En ook koning Vaolan heeft die eed gezworen, en hij zal zich aan zijn woord hebben gehouden, de mannen wisten van niets vertelde je zelf Khemron.
Ja inderdaad Torin zo is het ook, niemand weet er iets van, ik zal het ook nog aan de vrouwen vragen, maar de oude mannen wisten van niets.
Voel je de sleutel niet? Khemron, vroeg Toren, nee ik voel niets en dat had ik bij de eerste sleutel wel, ik voelde dat de sleutel me naar zich toe trok als het ware, maar dat gebeurde ook pas naar een paar dagen, toen ik zelf tot rust was gekomen.
Torin, bevestigde mijn verhaal, rust is inderdaad nodig, je moet je zelf helemaal leeg maken en je er voor openstellen.
Ik besloot het kasteel te onderzoeken, het kasteel was mega groot, met grote vierkante torens op elke hoek, ook in onze wereld staan er nog kastelen, ik kende kastelen voornamelijk uit films.
Dit kasteel leek er in de verte wel een beetje op, de stenen van dit kasteel waren pikzwart, als de zon er op scheen leken er wel glittertjes in te zitten, het had een achthoekige vorm, en op iedere hoek stond een toren, met een lang puntdak.

 

 

EINDE HOOFDSTUK 39

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.