All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 38

Het feest ging nog door tot in de kleine uurtjes, en toen was het voorbij, iedereen zocht zijn slaapplek op, en de rust keerde terug in het kasteel van Rodrick.
De volgende morgen waren we later dan normaal, was ook wel te begrijpen na zo’n geweldig feest die pas laat in de nacht voorbij was.
Toch was het alweer een drukte van belang, overal waren al weer Riders bezig, paarden werden geborsteld, tuigen werd nagekeken, kortom alles werd in gereedheid gebracht voor het vervolg van onze reis.
Na het ontbijt werd ik bij heer Rodrick geroepen, ik heb opdracht gegeven jullie proviand aan te vullen en te helpen waar nodig is om alles in gereedheid te brengen voor jullie vertrek.
Ik kan niet vertellen hoe dankbaar ik jullie ben, je deed nogal geheimzinnig over jullie reis, dus daar zal ik maar niet om vragen, maar als er iets is wat ik voor jullie kan doen dan hoor ik het graag.
Ik vertelde heer Rodrick dat we op weg waren naar het land van koning Vaolan, dat was niet geheim, wel het doel van onze reis, daar kan ik niets over vertellen.
Koning Vaolan!!, dat is nog een heel lange reis, ik heb Vaolan een keer ontmoet, maar dat is al lang gelden, vertelde heer Rodrick.
Ze noemen Vaolan ook de rode koning, dat komt omdat zijn haar rood is, en dat zie je op deze wereld nooit, Vaolan is geen makkelijk man, met harde hand regeert hij zijn land, maar het is wel een rechtvaardig man.
Ik zal je een brief meegeven met mijn zegel erop, daarin zal ik schrijven dat jullie ons geholpen hebt, en dat jullie geen kwade bedoelingen hebben.
Ik zal zorgen dat je die brief straks krijgt, we bleven nog een tijdje praten over onze reis.
Net na de middag stonden we klaar om te vertrekken, we werden uitgezwaaid door velen, de brief zat opgeborgen in mijn zadeltas, het was een bewolkte dag, niet te koud, dus prima om te rijden.
Het waren lange dagen, rijden rusten, rijden en rusten, overnachten en dan weer rijden en rusten, rijden en rusten.
Dagen achter elkaar, er was maar een ding wat veranderde en dat was het landschap, de groene heuvels maakte plaats voor een ruige wereld, heuvels werden bergen, de weidevelden werden bossen, en ruige heide velden.
We     zagen nog twee keer van die palencirkels die we al eerder hadden gezien, een grote cirkel van palen waar de zomer wende was gevierd, ook en paar kleine dorpjes zagen we in de verte.
Volgens onze kaart zou het niet lang meer duren voordat we in het land van koning Vaolan zouden komen, het kasteel van koning Vaolan lag volgens de kaart dicht aan de zee.
Torin had verteld dat het land van koning Vaolan dan wel een het water lag, maar dat het geen vissersvolk was, ze leefde van de landbouw, ook fokten ze een speciaal ras paarden, maar met de zee hadden ze niet zo veel.
Het was laat in de middag toen een van de verkenners ons kwam vertellen dat ze een hele grote cirkel hadden gevonden, maar dan niet van palen, maar van stenen.
Toen we er aankwamen kwam de vorm van de cirkel me bekent voor, het leek wel op Stonehenge, maar deze was groter, met meer ringen en deze zag er redelijk nieuw uit.
Torin vroeg of ik met hem naar de midden van de cirkel wilde lopen, ik moest wel alleen gaan, ik liep met het boek naar het midden van de cirkel, daar legde ik Torin op een grote platte steen neer.
Deze steen die zich exact in midden van de cirkel bevond, was voorzien van vreemde tekens, Torin vertelde me dat hij veel energie voelde in deze cirkel.
We zijn nu in het land van koning Vaolan, vertelde Torin toen we weer uit de cirkel liepen, morgen komen we aan bij het kasteel van koning Vaolan.
De volgende dag vertrokken we al vroeg in de morgen, na de     middag zouden we het kasteel moeten kunnen zien.
Volgens mij staat er iets in brand, Nick, Nick reed naast me, ja ik ruik het ook, hij had dat nog niet uitgesproken of er kwam een verkenner aan galopperen, ik reed meteen naar voren.
We hebben het kasteel gevonden schreeuwde hij, maar het staat in brand.
We haastte ons richting het kasteel, even later zagen we het, op diverse plaatsen steeg er rook op uit het kasteel.
Toen we dichterbij het kasteel kwamen zagen we overal mensen liggen, de Riders trokken hun zwaarden, Theolan en ik overlegden wat we zouden doen.
Er op af zou ik zeggen wie weet valt er nog wat te redden, even later reden we het kasteel binnen, ook in het kasteel lagen overal dode mensen.
Het hele kasteel werd doorzocht, er werd helaas niemand meer levend gevonden.
Er was veel rook en op verschillende plaatsen waren nog kleine brandjes, die we met water uit een put probeerde te blussen, het was een flink karwei om alle branden te doven.
Een paar Riders waren buiten het kasteel aan het rondkijken of er nog iemand in leven was, maar ook daar was geen levende ziel te vinden.
De rest van de middag waren we druk om alle doden te begraven, morgen zouden we puinruimen in het kasteel, we zouden voor deze nacht het kamp buiten de poort opslaan, er zou extra wacht worden gelopen.
Theolan, Marieke, Nick en ik zaten bij elkaar, te praten over hetgene wat we meegemaakt hadden, al die dode mensen ging je niet in de koude kleren zitten.
Ze lagen er nog niet lang, ik denk maximaal een dag, Theolan was die mening, toch klopt er iets niet kwam Marieke tussenbeide, het waren alleen maar mannen, vrouwen en kinderen heb ik niet gezien.
Koning Vaolan lag niet tussen de doden, geen vrouwen en geen kinderen, geen paarden, geen levend wezen te bekennen, het is inderdaad vreemd bevestigde ik.
Morgen gaan we de boel uitzoeken, en slaan we ons kamp op in het kasteel dat lijkt me ook een stukveiliger.
Zou hier ook een geheime gang zijn?? Pap, ik heb geen idee Nick, wie weet, als er een geheime gang is dan vinden we die wel.
De volgende dag begonnen we met puinruimen en met het doorzoeken van het kasteel, gelukkig was niet alles verbrand, de stallen stonden er nog, ook de voorraad hooi voor de paarden was er nog.
De voorraadkelder was nog gevuld, de kerkers die onder het kasteel zaten waren helemaal leeg, het bleef een vreemd gebeuren.
Het belangrijkste was dat we ons kamp in het kasteel konden opslaan, we wisten niet wat er met Koning Vaolan en zijn onderdanen was gebeurt, er was flink gevochten dat was een ding wat zeker was.
Vaolan was niet onder de slachtoffers, ook vrouwen en kinderen waren niet gevonden, niet dood en niet levend, we hadden vele vragen en geen antwoorden.
Er waren vele kamers in het kasteel, dus genoeg slaapplaatsen, aan ruimte geen gebrek, een paar Riders waren bezig de grote ophaalbrug te repareren, Theolan had de taken weer goed verdeeld.
Na de middag besloot ik in alle rust het kasteel te verkennen, ik besloot in de kelder te beginnen, in de vochtige kelders bevonden zich een paar ruimtes met tralies.
Overal hingen grote olie lampen die waren aangestoken, hier hadden ze nog geen elektriciteit.
Gevangenissen denk ik, toch zagen ze er niet zo uit, maar ik denk wel dat ze voor dat doel gebouwd waren, er was een ruimte die gevuld was met allemaal vaten, bier en wijnvaten zo te zien, enkelen vaten klonken hol, toen ik er op sloeg.
Een vreemde kille sfeer hing er in deze grote kelder met zijn vele ruimtes, ik scharrelde van de ene ruimte in de ander, door het vage licht van de olielampen kon ik niet alles herkennen.
Ik besloot naar boven te gaan om een zaklamp op te halen, even later was ik weer terug in de kelder.
Enkele ruimtes waren gevuld met stoelen en tafels, elke ruimte was zeker voor meer dan de helft gevuld met van alles en nog wat.
Er was ook een lege ruimte, ik denk drie meter breed en ongeveer twee meter lang, er hing geen olielamp in deze ruimte, en er lag helemaal niets op de grond.
Het viel het me op dat er vele voetsporen op de grond te zien waren, er zaten aan de achterste muur vier ringen, van die ringen waar je een touw aan vast kon knopen, misschien om er een paard of ander dier aan vast te zetten.
EINDE HOOFDSTUK 38

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.