All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 37

Met vijftig zwaarbewapende Riders ging het richting geheime gang, het luik was snel gevonden, gelukkig hadden we een paar zaklampen bij ons het duurde niet lang of alle Riders waren in de gang, in een vlot tempo ging het richting Kasteel, de zaklampen zorgde voor voldoende licht, dat hadden we met fakkels niet zo snel gekund.
Zo stil mogelijk liepen we door de gang, na een tijdje lopen kwamen we aan het eind van de gang, we deden de lampen uit.
We zouden gebruik maken van de infra roodkijkers omdat wij hun wel zagen maar zij ons niet.
We hadden afgesproken dat de boogschutters eerst hun werk zouden doen, we kropen voorzichtig uit de gang, we kwamen op de binnenplaats van het kasteel wat eigenlijk wel gunstig was, ik stelde voor eerst de wachten op de uitkijktorens uit te schakelen, dat zouden de boogschutters doen.
Omdat we vier kijkers bij ons hadden konden we vier uitkijktorens tegelijk uitschakelen.
Elke boogschutter had een Rider naast zich staan die de kijker vast zou houden, de boogschutter zou dan door die kijker zijn pijl op een van de wachten richten.
Even later snorde de eerste pijlen door de lucht, geruisloos zakte de wachten een voor een door hun benen, even later verdwenen de volgende pijlen in het donker op zoek naar hun doel.
Het duurde niet lang of alle wachters waren uitgeschakeld, we hadden afgesproken dat de Riders zich voorzichtig zouden verspreiden,     alleen de acht Riders met kijkers en bogen zouden in het midden blijven, om eventuele doelen uit te schakelen, ik zou langzaam tot honderd tellen en dan beginnen met het aansteken van de lawine pijlen, en met het gooien van atoomknallers en rookbommen, het hele kasteel zou dan wakker schrikken en niet wetende wat er aan de hand was, zouden ze als kippen zonder koppen rond gaan rennen, de Riders die overal verdekt waren opgesteld zouden van deze situatie gebruik maken en de vijand uitschakelen.
We moesten wel opschieten het begon langzaam maar zeker licht te worden, en voordat de zon op zou komen moesten we dit karwei geklaard hebben.
Ik besloot de rookbommen eerst te gooien, die maken geen lawaai, en de rook had dan iets meer tijd om zich te verspreiden, ik gooide een tiental rookbommen naar alle kanten, ik wachtte een moment en stak toen de lawinepijlen aan die ik in het zand gestoken had, ik had ze op de gaten gericht die als ramen diende, ik hoopte dat ze naar binnen zouden vliegen.
Even later schoten de eerste pijlen weg, het grootste deel van de pijlen schoten inderdaad prachtig door de ramen.
Ik gooide meteen een paar atoomknallers in het rond, het duurde niet lang of het kasteel leek te ontploffen, lichtflitsen door luide knallen gevolgd lieten het kasteel trillen, overal begonnen mensen te gillen, paarden te hinniken, varkens te schreeuwen, het was een herrie van jewelste, ik hoorde een paar pijlen door de lucht vliegen, wapengekletter overal om ons heen, ik gooide nog enkele atoomknallers om het feest compleet te maken.
Ik kon geen hand voor ogen zien, het gekletter van wapens werd langzaam maar zeker minder, ik klikte mijn zaklamp aan en scheen in het rond.
De rook was al een stuk minder, er waren nog een paar Riders met zaklampen die ook werden aangeklikt, hier en daar werden fakkels ontstoken, de Riders doorzochten het hele kasteel op vijanden, hier en daar klonk er nog een schreeuw of een ander luid geluid.
Het had niet lang geduurd of de Riders hadden het hele kasteel onder controle, ons plan had gewerkt, alle Riders waren ongedeerd, twee Riders hadden een lichte verwonding opgelopen, maar gelukkig niets ernstig.
Langzaam maar zeker kwam de zon op, Theolan kwam op me afgelopen, hij maakte een diepe buiging, Khemron,…. Zo begon hij ik heb in mijn hele leven nog nooit zoiets meegemaakt, ik ben diep, heel diep onder de indruk,
Je bent een genie, ik weet niet wat ik moet zeggen, hier zal nog vele jaren over gesproken worden.
Ik klopte hem op de schouder, niets te danken Theolan ik bedacht het plan, maar zonder jou en je Riders was het nooit gelukt, dus Theolan ook jij bedankt.
Ik werd geroepen door een Rider die in boven in de uitkijktoren was geklommen, het hele kamp is in rep en roer schreeuwde hij naar beneden.
Oeps, helemaal vergeten, ik vroeg aan een paar Riders of ze de poort konden openen, even later knalde de ophaalbrug naar beneden, en daarna werden de poorten geopend.
Ik liep naar de poort, ik zwaaide voor de zekerheid met een kledingstuk die ik gevonden had, we zijn het schreeuwde ik, ik zwaaide naar Heer Rodrick die ik in de verte zag staan.
Ik draaide me om richting Theolan, zullen we in stijl dit kasteel verlaten, Theolan begreep meteen wat ik bedoelde, hij schreeuwde een paar commando’s naar de Riders.
Even later stond ik naast Theolan, achter ons stonden de Riders die zich hadden opgesteld in rijen van vier, in strakke formatie met de Riders achter ons masseerden we het kasteel uit.
Het duurde niet lang of er steeg een gejuich van jewelste op uit het kamp, Heer Rodrick kwam op me aflopen gaf me een hand, boog ligt en bedankte me uitbundig.
Daarna bedankte hij Theolan, en alle Riders, de belegering was voorbij, en sneller dan hij ooit had kunnen dromen.
We zouden zo snel mogelijk opbreken, om naar het kasteel van Heer Rodrick te rijden, ik stelde voor om twee Riders samen met twee van Rodrick’s mannen naar ons kamp te sturen, zodat ook zij naar het kasteel zouden komen.
Een paar uur later waren ze onderweg, en wij waren onderweg richting het kasteel van Heer Rodrick.
We waren benieuwd hoe het met heer Torean was, een paar dagen geleden zag het er niet zo goed uit, Torean had ontstekingen aan zijn wond, en was nog steeds bewusteloos en hij ijlde.
Broeder Bertron wist ook niet wat hij moest doen, hij had wapenzalf op de wond gesmeerd,     dit eeuwen oude middel had al velen geholpen, maar nu leek het erop dat de wapenzalf dit keer niet zijn werk zou doen.
Een paar dagen geleden was Marieke met enkele Riders, en Taveon naar het kasteel van heer Rodrick gereisd, ze had een kist met moderne medicijnen meegenomen.
Het kasteel van heer Rodrick was toch verder weg dan ik had gedacht, we moesten drie dagen reizen om er te komen.
We werden als helden ontvangen, Marieke kwam ons tegemoet op de grote binnenplaats van dit kasteel, ik vroeg meteen hoe het met Torean was, ze lachte, kom maar mee pap.
Ik liep achter haar aan samen met heer Rodrick, we kwamen in een kamer waar Torean rechtop in bed zat, met naast zich Adrena zijn vrouw.
Dat was natuurlijk super nieuws, dat het zo goed ging met heer Torean, hij moest nog wel een tijdje rusten, de wond moest nog wel verder genezen, maar de ontstekingen waren weg.
Heer Rodrick had een deel van zijn mannen achter gelaten in het kasteel van zwarte Norval, hij en zijn mannen waren niet meer, Rodrick had een van zijn mannen met een hoge functie aangewezen om tijdelijk de zaken daar te regelen.
Later zou heer Rodrick wel kijken wat er met het kasteel van zwarte Norval zou doen.

De volgende dag kwamen de rest van de Riders aan, ze hadden het kamp opgebroken nadat alle verkenners waren teruggekeerd, en waren toen ook naar het kasteel van heer Rodrick     afgereisd, de twee mannen van heer Rodrick hadden hun de weg gewezen.
Nu alle Riders weer compleet waren, konden we onze reis voortzetten, naar het land van Koning Valan, waar we onze tweede sleutel hoopte te vinden.
Maar heer Rodrick stond erop dat we nog twee dagen zouden blijven, er zou een groot feest worden gehouden ter ere van ons.
Heer Rodrick had niets teveel over het feest gezegd, het was echt een groot feest met varkens en ossen aan het spit, er was muziek, er werd gedanst en gezongen.
Het was al laat in de avond, toen heer Rodrick op een verhoging ging staan, en hij vroeg luidkeels om het woord vroeg, de muziek verstomde, de feestganger werden stil.
Beste mensen vandaag vieren we het feest dat we van zwarte Norval zijn bevrijd, het had niet veel gescheeld of hij had mijn schoonzoon vermoord.
Maar dankzij onze nieuwe vrienden, zijn we niet alleen van zwarte Norval verlost, maar hebben we ook heer Torean nog in ons midden.
En daarvoor zijn we natuurlijk meer dan dankbaar.
Hij riep Marieke naar voren die een prachtige ketting kreeg met edelstenen, Nick kreeg een prachtige bewerkt zwaard, en Theolan kreeg een dolk, en alle Riders kregen een set sporen.
Toen riep hij mij naar voren, beste heer Khemron, ik durf hier wel te zeggen dat zonder uw doortastendheid en vindingrijkheid, we hier zeker niet hadden gestaan, zwarte Norval had dan nog in zijn kasteel gezeten, en heer Torean was dan zeker niet genezen.
Daarom heb ik besloten u kasteel heer te maken, het kasteel van zwarte Norval is voor u, met al zijn velden en bezittingen.
Er steeg een groot gejuich op, toen het gejuich verstomde vroeg ik om het woord, die ik ook kreeg.
Beste mensen, ik ben u allen meer dan dankbaar, we hebben het graag gedaan, maar ik moet bedanken voor de grote gift die u aan mij gaf.
Onze reis is nog lang, we hebben een missie die we niet kunnen en mogen afbreken, het is te belangrijk voor deze wereld, zoals u allen weet word deze wereld bedreigt door het kwaad.
En wij hebben de opdracht om het kwaad te stoppen, ik kan en mag u niet vertellen wat onze opdracht inhoud, maar u moet me vertrouwen dat het uiterst belangrijk is, morgen vertrekken we en gaat onze reis verder.
Heer Rodrick begreep me, morgen voordat jullie vertrekken wil ik nog met je praten, als dat mogelijk is, ik vond het prima.

 

EINDE HOOFDSTUK 37

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.