All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 34

In de verte zag ik honderden strijders, te paard, te voet en in karren met paarden ervoor, het was een kleurrijk geheel met vele vaandels en banieren.
Dat is een heel leger Theolan!!, zo groot heb ik ze in deze wereld nog nooit gezien, en ze komen gelukkig niet deze richting op.
Ze komen van het strijdveld zo te zien, Theolan bleef door zijn kijker kijken toen hij dat vertelde, er liggen gewonden in de karren, en ook enkele paarden vertonen sporen van verwondingen, en je ziet het ook aan de manier van rijden en aan de snelheid waarmee ze zich voorbereiden.
Theolan deed zijn kijker naar beneden, oorlogen zijn er altijd geweest en zullen er ook altijd wel blijven.
We zullen moeten wachten Khemron, het duurde een lange tijd voor de langzaam voortbewegende troepen voorbij waren, het was inmiddels al laat in de middag, we besloten een beschutte plek te zoeken voor de nacht.
Toch hou ik er niet van dat al die legers hier in de buurt zijn, ik ben bang dat als er een leger is dat er ook twee zijn of meerdere, we kunnen geen risico’s nemen, Theolan.
Theolan en ik waren in overleg, samen met Marieke, Nick en nog een paar Riders die een belangrijke functie hadden.
Ik ben er niet gerust over met al die strijders hier in de buurt, wie weet is dit een deel van, is het vriend of vijand, we weten helemaal niets, ik denk dat we voordat we vertrekken eerst meer duidelijkheid moeten hebben, vond ik.
Iedereen was het daar wel over eens, maar had geen idee hoe we daar achter konden komen, wie was met wie in oorlog, we waren ongeveer acht dagen rijden van Koning Ualan.
We houden tien minuten pauze, nemen een kop thee en iedereen denkt er over na, en dan komen we hier terug en dan slaan we spijkers met koppen, ik wilde het even door mijn hoofd laten gaan en alleen maar doordachte beslissingen nemen.
Na ongeveer vijftien minuutjes zaten we weer bij elkaar, ik liet iedereen rustig zijn zegje doen, de een vond dat we er met een boog omheen moesten rijden, de andere zou liever nachts reizen.
Zo had iedereen een mening, ik zelf vond dat we ons niet van ons doel moesten afwijken, maar hoe we ook gingen reizen, overdag, nachts, in een grote boog of hoe dan ook, het zou gevaarlijk blijven.
We hebben info nodig, anders lopen we de kans straks midden op een groot slachtveld te staan en midden in een of andere oorlog te zitten, en dat risico kunnen we niet nemen, daar is onze missie te belangrijk voor, veel te belangrijk.
We hebben informatie nodig anders kunnen we niets, ik dacht nog een moment na, wacht even hier, ik ben zo terug.
Ik liep naar mijn tent, opende mijn koffer en zocht een groot stuk papier, ik scheurde een vel papier uit een grootschetsboek die ik mee had genomen, pakte een stift die in mijn tekendoos zat en liep terug.
Even later was ik weer terug, iedereen keek me met vragende ogen aan, volgende keer dat we weer gaan reizen neem ik een flipover bord mee, vertelde ik met een brede lach, Marieke en Nick kende zo’n bord wel maar de Riders hadden geen idee wat het was, ik liet het ook maar zo.
Ik tekende ons kamp in het klein, ik tekende in de verte het kasteel van Ualan, ik zetten een lange pijl tussen ons kamp en het kasteel.
Dit is ons kamp en dat is ons doel, op de weg daar naar toe, of aan de linker of rechterkant daarvan kunnen vijanden zitten,     hoe we ook gaan reizen, we lopen de kans ergens tegenaan te lopen, en daar sta ik niet op te wachten.
Mijn voorstel is daarom het volgende, ik wil zeven teams van vier Riders uitrusten, met infrarood kijkers en andere dingen.
Deze verkenning teams vertrekken als het donker word, ze reizen een nacht in waaiervorm voor ons uit, dan rusten ze een dag uit, dan keert er een van de vier Riders naar het kamp terug, de overgebleven drie rijden dan weer een nacht vooruit, rusten een dag, twee reizen dan verder en een keert terug.
Met behulp van de infrarood kijkers is op flinke afstand alles wat ook maar een beetje warmte geeft te zien.
De rest blijft hier tot de verkenners terug zijn, als de verkenners verslag hebben gedaan passen wij onze reis daar op aan, dit verkennings patroon herhalen we tot we er zijn.
Omdat we in waaiervorm verkennen, pakken we een brede strook en dat zal onze veiligheid flink vergroten, ik tekende alles op mijn grote stuk papier om mijn theorie te onderbouwen.
Ik ben geen militair maar ik denk dat we op deze manier een stuk veiliger reizen.
Ik sta elke keer verbaast te kijken Khemron, je zegt dan wel dat je geen militair bent en dat zal ook wel zo zijn, maar ik vind het een briljant idee, ik stem dan ook voor, Theolan was de eerste die voor was.
Iedereen stemde in met mijn plan, en een kwartier later werden de teams samengesteld.
Daarna kregen de teams een briefing waarin ons plan aan hun werd uitgelegd, ze zouden nog een paar uur gaan slapen voordat ze vertrokken.
Voordat de verkenners waren vertrokken werden de belangrijke punten nog een keer doorgenomen, ok werd hen uitgelegd dat de waaiervorm elke dag aangepast moest worden omdat die anders veel te breed zou worden.
Na het vertrek van de verkenners werden de wachten ingedeeld, het was nu wachten tot de eerste verkenners weer terug zouden komen.
Een deel van de Riders was gaan slapen, een ander deel zat om het kampvuur, die bewust klein werd gehouden.
Een van de Riders vroeg aan mij hoe het in onze wereld ging met oorlogen en militairen, ik vertelde hem dat dat heel anders was dan hier, dat is echt niet te vergelijken.
Maar ik zal een poging doen om jullie te vertellen hoe dat bij ons gaat, ik vertelde over tanks, vliegtuigen, onderzeeboten, vliegdekschepen, over onze moderne technieken zoals radar, sonar, satellieten, en ik weet niet wat nog meer.
Er kwamen steeds meer Riders om het kampvuur zitten die geboeid luisterde naar mijn verhaal, ook vertelde ik over wapens waar honderden kogels per minuut uitkwamen, die bomen konden doorzagen alsof het niets was.
De Riders waren diep onder de indruk, ze kregen zoveel indrukwekkende informatie dat ze er dagen later nog over spraken.
Ons leger is totaal niet met jullie leger te vergelijken, ik vertelde dat in de middeleeuwen wij net zo hadden gevochten als jullie Riders nu.
Het was al erg laat in de nacht, of vroeg in de morgen kun je beter zeggen toen ik mijn slaapzak opzocht, we hoefde niet te rijden vandaag en hadden we dus een heerlijk dagje rust.
Dat dacht ik tenminste, Theolan vond het een mooi moment om zijn Riders eens flink onderhand te nemen, zwaarden werden gescherpt, bogen werden opnieuw gespannen, de hoeven en tuigen van de paarden werden nagekeken en waar nodig gerepareerd of vervangen.
Alles moest tot in de puntjes in orde zijn vond Theolan, ook Nick en Marieke waren volop in de weer, Nick was bezig om de batterijen te vervangen van de Infraroodkijker, en Marieke was in een verband trommel aan het rommelen.
Zo was iedereen bezig met van alles en nog wat, en als het goed was zouden er morgenvroeg vijf verkenners moeten terugkeren van hun missie, iedereen was daar toch wel bewust of onbewust mee bezig.
De dag verstreek na de avond werd het nacht, ik had een uurtje of wat geslapen, de spanning over de terug kerende verkenners joegen mij uit mijn bed, en even later zat ik bij het kampvuur.
Net voordat de eerste zonnestralen de wereld zouden verlichten, kwam de eerste verkenner het kamp binnen rijden, het was de verkenner die recht voor ons de boel had verkend.
Hij vertelde dat alles volgens plan was verlopen, twee keer over hadden ze een kleine groepjes ruiters met veel haast voorbij zien gaan, ongeveer twintig ruiters per groep.
Voor de rest was de verkenning rustig verlopen, toen ik terug keerde zijn de andere drie doorgereden, ik vroeg welke kant de ruiter waren opgegaan.
De verkenner vertelde dat ze westelijke richting waren opgegaan.
Oké, dus net zoals de grote groep strijders die we een paar dagen geleden tegen het lijf waren gelopen, vroeg ik, ja!!,..ze hadden dezelfde Vaandels en Banieren, maar!!, vertelde de Verkenner er achteraan, ze waren allemaal te paard en hadden veel haast, of!!, om ergens weg te komen, of!!, om ergens naar toe te gaan.
Meer informatie kon de Verkenner ons niet geven, ik bedankte hem, en hij liep richting tent.
Even later kwamen er bijna twee verkenners tegelijk terug, beide kwamen ze van de linkerzijde die ze daar hadden verkent, ze vertelde ongeveer het zelfde, alleen hadden zei meerdere kleine groepjes strijders gezien, de een acht groepjes en de ander zes, allemaal groepjes van ongeveer twintig ruiters, die allemaal richting westen reden.
Er moet iets gaande zijn dat kan gewoon niet anders, aan de gewonden die we eerder hadden gezien konden we afleiden dat er gevochten was, ook gewonde paarden hadden we gezien.
Volgens Theolan kwam het wel vaker voor dat enkele koninkrijken met elkaar in oorlog waren, soms werd er oorlog gevoerd om een klein stukje grond, of een andere pietleuterige reden.
Zijn de andere twee verkenners al terug? vroeg ik aan Theolan, nee nog niet, antwoorde Theolan, maar er is nog tijd.
Het werd avond, de laatste twee verkenners waren in geen velden of wegen te bekennen, we konden daaruit opmaken dat er rechtsvoor van ons, dat er aan die zijde, dat er daar iets aan de hand zou kunnen zijn.
We hadden geen idee in wat voor problemen de verkenners zouden kunnen zitten.
Het is duidelijk dat er aan de rechterkant van ons, dat daar het probleem zit, waarschijnlijk is daar het gebied waar gevochten word, dat gebied moeten we dus vermijden.
De nacht kwam over het kamp, alles was in diepe rust, de wachten liepen stilletjes hun ronden, zo nu en dan galmde het geluid van een nachtvogel door de nacht.

EINDE HOOFDSTUK 34

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.