All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 32

Nadat we onze sporen grondig hadden uitgewist, klonk al snel het commando om op onze paarden te stijgen.
Deel twee van onze zoektocht was begonnen, en een ding was zeker we hadden allemaal zin in dit nieuwe avontuur, we hadden lang genoeg op een plek doorgebracht.
Ik keek nog een keertje om naar het meer van Ness met zijn waterdraken, en naar het dorp van Ness die daar stil en verlaten achter ons lag, eens het trotse dorp van het volk van Ness, met hun koning Morogh.
Lang bleef ik er niet bij stilstaan, of mijn gedachten liepen al weer vooruit, wat zou de zoektocht naar de tweede sleutel ons brengen.
Voordat we vertrokken, had ik een lang gesprek gehad met Torin het boek.
Ik vroeg aan hem waarom Torin, het boek met zoveel kennis en magie ons niet had kunnen helpen bij het vinden van de sleutel.
Hij vertelde dat alle sleutels een beschermende spreuk hadden meegekregen, geen magie of toverkracht zou kunnen helpen om ook maar een sleutel te vinden.
Deze bescherming werkte niet alleen goed maar maakte de sleutel onvindbaar voor anderen.
Alleen de zoeker en vinder van de sleutel kan de sleutel vinden, de spreuken die de sleutel moeten beschermen werken niet bij hem.
En jij Khemron bent die zoeker en vinder, je hebt een speciale gave, die je niet alleen maar helpt bij het zoeken en vinden, maar ook bij het oplossen van moeilijke puzzels en/of vragen.
Ik begreep na het gesprek van Torin, dat ik belangrijker was dan ik zelf had gedacht, en ik begreep nu ook waarom ik zo beschermd werd.
Ik vroeg naar een tijdje aan Torin of hij wist waar het tweede deel van de reis naar toe zou gaan.
Ja ik weet waar de reis naar toe gaat, en ik zal het je vertellen.
Het tweede deel van de reis moet ons leiden naar Koning Ualan die in het land van Henge zijn kasteel heeft staan.
Torin beschreef de route die we het beste konden volgen, en zo geschiede het.
De zomer was op zijn hoogtepunt, we sjokte in een laag tempo in de brandende zon richting het land van Henge, volgens Torin werden vanaf nu de dagen langzaam maar zeker korter.
Hier en daar vertoonde bomen al vroeg hun herfsttooi, prachtige kleuren in oker en goud, enkele bladeren vielen al op de grond om daar een tapijt van kleuren te creëren.
Waarom vertrekken we niet vroeger in de morgen?, dan houden we in de middag rust, en rijden dan weer laat in de middag verder, ik denk dat we dan sneller opschieten dan in het tempo waarin we nu sjokken.
Ik keek daarbij Faolan vragend aan, we sparen daarmee paard en ruiter.
Het is veel te heet en ik zit helemaal vastgeplakt aan het zadel.
Faolan schoot in de lach, en antwoorde toen serieus, je hebt gelijk Khemron dat ik daar zelf niet aan gedacht heb.
We lachten er beiden om, paard en ruiter zijn een, en nu door de warmte is het bijna letterlijk zo, ik plakte aan het zadel.
Het zijn de laatste zomerdagen die voorbij gaan, net voor de bomen hun bladeren gaan verliezen zijn het de warmste dagen, nog even en de zomer is voorbij.
De volgende dag vertrokken we halverwege de nacht, in de middag konden we onze slaap wel inhalen, en als het laat in de middag wat afgekoeld was dan reden we weer verder.
De komende dagen reden we in deze regelmaat, een deel van de nacht en dag sliepen we, de Riders wisselde elkaar af met het lopen van de wacht, ook ik liep wacht, Faolan wilde niet dat ik dat deed, maar ik stond erop.
En dat werd door de Riders zeer gewaardeerd, toch had ik het gevoel dat er altijd een Rider in mijn buurt was die mij moest beschermen, ik heb het maar zo gelaten, Faolan wilde dit zo, en ik deed maar net of ik het niet opgemerkt.
Elke morgen als het nog schemerde dan werden er een paar verkenners vooruit gestuurd, en elke avond voor het donker werd ook, gelukkig hadden we onze infrarood kijkers nog, die onmisbaar waren geweest tot nu toe.
Het bleef een vreemd gezicht een Rider met een moderne kijker in zijn hand, het paste niet bij elkaar maar onze veiligheid was belangrijker.
De kijker maakte overuren, gelukkig konden we door de zon de batterijen van ruime energie voorzien.
Een van de Riders had een soort wild varken geschoten die als avondeten diende, het vlees had een vreemde rode kleur, maar de smaak was subliem, mals en kruidig van smaak.
Het varken hadden ze in kleine delen boven het vuur geroosterd, het zou anders teveel tijd vergen.
En zo gingen we van de ene dag naar de ander zonder dat er iets gebeurde.
Ik vroeg me af hoe lang dit goed zou blijven gaan, het was dan wel een zeer uitgestrekte wereld, maar er zouden toch wel mensen wonen of iets van dien aart.
Ik sprak er tijdens het rijden met Marieke, Nick en Faolan over, ik vond dat het op deze wereld wel heel dun bezaait was met leven.
Zo nu en dan zag je en paar vogels vliegen, of een paar onbekende beesten voorbij rennen, en voor de rest was het dat wel.
Volgens Faolan viel dat wel mee, vele dieren gingen ons zeker uit de weg, of verscholen op tijd, we reden met honderd Riders, dan jullie drie en nog een twintigtal pakpaarden.
Het gedreun van de paardenvoeten ging ons ver vooruit, dieren voelen dat en verscholen zich dan vroegtijdig.
Ik begreep het, volgens een Rider waarmee ik op wacht liep later op deze dag, klopte het verhaal, als ik op verkenning ben zie ik veel meer leven, dan dat ik in de groep rij.
Het was een lange tocht naar het land van Koning Ualan, het zou nog dagen duren voordat we er zouden aankomen, vertelde Torin.
Toch besloten we een dag rust te houden, door dat onregelmatige rijden en slapen waren we bekaf, mens en dier hadden extra rust nodig.
Het werden twee dagen rust, en eerlijk is eerlijk het deed ons allemaal meer dan goed.
Vanavond is het volle maan vertelde een Rider, ik knikte bevestigend, volle maan was de nacht van de demonen en geesten, het is beter om in deze nachten niet alleen rond te wandelen.
De bergen veranderde langzaam in kale groene heuvels met hier en daar een groep bomen, ook het klimaat veranderde, de lucht werd vochtiger, de nachten werden kouder en de zon scheen korter, ook overdag werden de temperaturen weer dragelijk.
We konden weer gewoon overdag rijden, en dat was een stuk prettiger, dat onregelmatige van de laatste tijd was slopend, en echt niet week in en week uit vol te houden.
En vanavond zou het volle maan zijn, we sloegen vroegtijdig ons kamp op, omdat we een prachtige plek hadden gevonden dicht aan een smal beekje, met groene weilanden waar we de paarden konden laten grazen.
De paarden hadden flink te lijden gehad door de droogte, maar nu konden ze weer volop grazen, en hun buik rond eten.
Ook voor ons mens was er weer voldoende te eten, we hadden een paar fruitbomen gevonden die volhingen met appels en andere soorten fruit.
Het was een grappig gezicht toen er een tiental Riders fruit aan het plukken waren, er werden een paar kisten gevuld met fruit om als proviand mee te nemen.
Aan de voet van de heuvel, werden een paar tenten opgezet, het zou een frisse nacht worden, voorspelde de Riders, en veel hout voor een kampvuur hadden we niet gevonden, het beetje hout dat we hadden werd gebruikt om op te koken.
Ik nipte een uurtje nadat we hat kamp hadden staan aan een heerlijke bak Thee, Marieke en Nick zaten tegenover me, we spraken een beetje over de dagelijkse dingetjes, ik loop vanavond wacht vertelde Nick, ook hij liep gewoon wacht net zoals iedereen, Marieke hoefde geen wacht te lopen en deed dat ook niet.
Het werd een heldere avond, twee manen schenen hun zilveren licht over de heuvels, het koelde flink af.
Toen de wachten werden gewisseld besloot ik om de slaapzak in te duiken, ik had geen dienst dus kon ik mooi een paar uurtjes slaap inhalen.
Hoelang ik geslapen had weet ik niet maar, ik werd uit mijn slaap gehaald door Nick.
Pap!!!… wakker worden…. Pap!!!, je moet mee….we hebben iets ontdekt, het duurde niet lang of ik stond naast mijn slaapzak, trok wat kleding aan gespte mijn zwaard om mijn middel en pakte mijn infrarood kijker.
Even later volgde ik Nick, na ongeveer vijfhonderd meter liepen we een grote heuvel op, ssssssst!!!!, stil zijn fluisterde Nick, we zijn er bijna.
Langzaam kropen we het laatste stuk de heuvel op, hij wees naar schuin naar beneden, ik pakte de kijker uit zijn tas en keek erdoor heen in de richting die Nick me gewezen had.
Ik zag een vreemd tafereel, in een grote ronde cirkel stonden circa vijftig palen van wel van twee meter lang, om deze palen waren witte gedaantes te zien, ze hadden witte pijen aan met capuchon, hun gezichten waren niet te zien, in het midden lag een grote platte steen van zeker twee meter doorsnee.
De witte gedaantes dansten hand in hand om de grote cirkel, ik hoorde dat ze zongen, ze dansten zigzaggend door de palen.
Ze gingen drie keer rechtsom en dan weer drie keer linksom, plotseling was het stil, ze lieten elkaar los en bogen voorover.
Het voorover buigen gebeurde drie keer, toen knielden ze op de grond ze legden hun handen op hun schoot daarna werd het stil, er bewoog zich niets meer om de cirkel.
Nick wees in de verte, ik richtte mijn kijker naar de plek die Nick me wees, ik zag daar twee rijen van ongeveer tien in pijen gestoken mensen aankomen, ook nu waren de gezichten niet te zien.
De eerste vier hadden een donkere pij aan, en hadden een boek in de hand.
Het derde en vierde paar hadden een trommel in hun hand waar ze zo nu en dan op sloegen, langzaam maar zeker kwamen ze dichterbij.
Er kwam een Rider naast me kruipen, hij fluisterde dat de Riders in het kamp gewekt waren en paraat stonden.


EINDE HOOFDSTUK 32

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.