All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 3

Als een lid van de familie een kijkje ging nemen, kon die de Banshee op de tak van een grote boom zien zitten, in het licht van de maan, terwijl ze haar haren kamde.

Dan moest hij heel voorzichtig zijn, want als een van die haren op hem viel, was hij voor altijd vervloekt.

Het tweede hoofdstuk van het boek ging dus over de duistere wezens, de haat tegen de mensen was groot, dat ze er alles aan doen om het de mensen zo moeilijk mogelijk te maken.

Nou ook het tweede hoofdstuk had me weer veel energie gekost, nou het was al weer ruim na 12 uur, en omdat ik me nog niet zo fit voelde, besloot ik maar weer het bed in te duiken.
Door mijn gebrek aan energie sliep ik weer binnen de kortste keren, ik werd wakker van een zonnestraal die net achter het gordijn te voorschijn kwam, en recht in mijn gezicht scheen, mmm heerlijk, het voelde heerlijk warm, maar mijn ogen vonden het minder prettig, al dat felle licht.
Ik voelde me al een stuk beter, al die pillen en drankjes hadden hun werk goed gedaan, redelijk fit stapte ik uit mijn bed, schoot in mijn ochtendjas, richting de toilet die ik nodig eens met een bezoekje moest vereren.

Terwijl ik daar zo stond, keek ik naar de houten wc bril, volgens mij zag hij er anders uit dan normaal, maar dat zou er wel aan mij liggen, omdat ik mijn bril nog op de tafel had liggen, en nog niet op mijn neus had.
Zo zonder bril zag hij er toch een stuk ruwer uit dan normaal.

Na mijn wc bezoek, plunderde ik de koelkast, ik had een enorme honger, normaal at ik hooguit een sneetje brood zo vroeg in de morgen, ik had er nu al 6 op, een paar gekookte eieren, een stuk kaas en nog wat andere dingetjes, en ik had nog steeds honger.

Ach, ik had de laatste paar dagen, door de griep niet zoveel gegeten, daar zal het wel aan liggen, dacht ik nog.

Maar ik voelde me al een stuk fitter, zal vandaag nog maar even rustig aan doen, en morgen maar weer aan het werk.
Ik moest alleen nog brandhout naar binnen halen, en de binnenkant van de kachel nog leeg maken, en dan zou ik de kachel lekker aansteken en genieten van een rustig avondje, mmm heerlijk, en ik had nog een lekker flesje wijn staan, mooier kan toch haast niet.

Maar eerst maar eens brandhout naar binnen halen, even mijn jas aan, want buiten was het erg koud, er was een vers laagje sneeuw gevallen in de afgelopen nacht.
Met de mand onder mijn arm was ik op weg naar het houthok, achter in de tuin.
Eerlijk is eerlijk de tuin zag er prachtig uit, de witte sneeuw straalde een heerlijke stilte uit.

De verse sneeuw kraakte onder mijn schoenen, en overal in de tuin waren sporen te zien van vogels en andere beesten.

Bij het houthok aangekomen schrok ik wel even, wat was hier gebeurd?.
Het eens zo netjes op elkaar gestapelde hout lag daar nu als een grote berg, het leek meer op een brandstapel, dan op een netjes gedroogde stapel hout die voor de kachel bedoeld was.

En zo te zien was het na het vallen van de sneeuw gebeurt.
Maar wie had dat gedaan??, ik was volgens mij de eerste die door de vers gevallen sneeuw was gelopen, andere sporen had ik niet gezien op de weg hier naar toe, op dat van enkele dieren na.

Omdat ik het zo vreemd vond, liep ik via de linker zijde naar de achterkant van het houthok, ik zag meteen de vreemde sporen die naar het houthok toeliepen.
Ik zag wel heel erg vreemde sporen, die erg leken op kraaienpoten, maar dan veel groter, en minder strak.

Het leken wel afdrukken van……..ehm, tja waarvan eigenlijk?, ik had geen idee, ik had zoiets nog nooit eerder gezien.
Misschien heeft iemand geprobeerd zijn of haar sporen uit te wissen?, maar dan nog, de sporen liepen naar de hoek van de tuin waar een paar flinke bomen stonden, zou de persoon via de boom over de schutting geklommen zijn??.

Ja, dat kon waarschijnlijk niet anders, ik heb voor de rest geen sporen gezien, ik bleef nog een tijdje peinzend staan, maar toen ik de kou begon te voelen, pakte ik mijn mand vol met brandhout en sjokte weer richting huis, maar mijn gedachten waren ergens anders.

Nadat ik de mand bij de kachel had gezet, besloot ik maar eerst even de katten te voeren, ik zal ze maar blik voer geven dan komen ze zeker binnen, nadat ik het blik open had gemaakt verwachte ik eigenlijk drie miauwende katten, die zoals gewoonlijk uit diverse windrichtingen zouden komen aan rennen voor hun eten.

Maar na een paar minuten, was er nog geen kat te bekennen, ik begreep er niets van, de kinderen waren er niet.
Ik tikte met de lepel nog eens een paar keer tegen het blik aan, maar nee er veranderde niets aan de situatie, er kwam geen kat.
Gevoerd waren ze ook nog niet, dus daar kon het niet aan liggen, ze zullen vast in een van de kamers opgesloten zijn, en dat zou niet de eerste keer zijn.

Het drong langzaam tot me door, dat ik ze de laatste dagen weinig gezien had.
Dus besloot het huis maar eens door te struinen en ze te zoeken, ik maakte van mijn woorden daden en ging op zoek..
Boven gekomen hoorde ik al het miauwen van een kat, na het openen van de deur zag ik een zwart witte kat voorbij flitsen.
Dat was Belle dacht ik nog, nadat ik de hele boven verdieping had afgezocht, was de beneden verdieping aan de beurt, maar waar ik ook keek, er was geen kat te bekennen, er zat nu nog maar een kat bij de voerbak en dat was Belle.

Eergisteren had ik dat ook al gehad, maar toen was het een grijze kat die ik had gezien en dat was Bengel, het bleef vreemd, vreemd zoals alles op dit moment.
Ik zal vanavond de kinderen maar eens vragen, of zij er meer van weten dacht ik bij mezelf, ik gaf de zoek actie op, graag of helemaal niet, dacht ik nog.
Maar nu eerst de kachel, ik wilde dit karweitje nu al twee dagen doen, en wat er ook gaat gebeuren, als eerste ga ik de kachel van binnen schoonmaken.
Ik heb namelijk een rooster onder in de kachel zitten, en omdat ik ook wel eens hout met spijkers in de kachel werp, gaan de spijkers die overblijven in het rooster zitten, en dan kan ik de lucht toevoer niet meer regelen, omdat er spijkers tussen de bewegende delen zitten.

Nadat ik een oude emmer uit de schuur had gepakt en een stoffer met blik, voor de eventuele rommel die ik zou maken, opende ik de kachel.
Bij het openen van de kachel dacht ik een zachte kreun te horen, of ik verbeelde me dat ik een zachte kreun hoorde, maar zal wel aan de schoorsteen liggen, door de trek in de schoorsteen hoor ik wel vaker vreemde geluiden.

Er lag eigenlijk nog best veel rommel in de kachel, dacht ik nog, ik pakte het blik om de grove rommel eruit te scheppen, en terwijl ik dat deed, en flink rommelde met de schep kwam er een stuk tak boven de as uit, ik pakte het met mijn hand, en trok de tak naar me toe, met een klein rukje kwam er nog een heel stuk meer onder de as vandaan, nou ik pakte het stuk onverbrande hout en legde hem naast de kachel, die gooide ik er de volgende keer wel weer bij in, dacht ik bij mezelf.

Nadat ik de kachel van alle rommel had bevrijd, en het ruitje netjes had schoongemaakt, veegde ik de laatste rommel van de vloer, gooide het in de emmer, en liep er mee naar buiten.
Ik schudde de emmer voorzichtig en behoedzaam, met kloppend hart leeg in de container, bracht de emmer, stoffer en blik weer naar de schuur.
Zo mompelde ik in mij zelf, dat karweitje is weer geklaard, ik ben nu wel toe aan een bak koffie.

Toen ik een tijdje later met mijn bakje koffie op mijn vertrouwde oude stoel zat, en heerlijk smulde van een stuk koek die ik ook maar even had meegepikt uit de trommel.
Terwijl ik heerlijk genie-tend, om me heen zat te kijken viel mijn oog op het stukje hout die ik net tevoren uit de kachel had gevist.

Wat een vreemde vorm had het, het leek wel op een rompje met twee armpjes en twee beentjes, en een klein koppie erop… haha, grappig grinnikte ik, het lijkt wel een klein mannetje van hout, er zit zelfs een hoofdje op haha, de natuur kan toch ook soms best grappige dingen voortbrengen.
Ik kon er mooi de kachel mee aan maken straks, het zag er wel droog uit, dus branden zou het wel.

Buiten lag er nog steeds een laag sneeuw, ik hoop maar dat de grote wegen goed berijdbaar zijn, ik moet echt nog naar de winkel, er zijn wat dingetjes op, zoals verse groente en fruit, en ook de melk was op, dus toch maar even gaan, terwijl ik zo zat te denken, wat ik allemaal nog moest doen en halen.
Werd ik opgeschrikt door de telefoon, ik pakte voorzichtig de telefoon op, hoorde hweer het kraken van een boom die omviel, en een krijsende stem, ik schrok me weer het apenzuur, dit was al de tweede keer, en ik vond het echt niet grappig.

Ik vervloekte de persoon die vond dat hij zo grappig was, als hij me dat nog een keer flikt bel ik de politie, dit is toch niet normaal, dacht ik bij mezelf.

Goed ik pakte mijn jas, de lege flessen en ging op weg naar de winkel, gelukkig was er flink gestrooid en was het goed te doen met de auto, maar wel een beetje voorzichtig aandoen natuurlijk.
Nadat ik in de winkel mijn boodschappen had afgerekend, en allemaal in de auto had gestouwd, reed ik weer voorzichtig richting huis.

Rustig en voorzichtig zoals ik altijd probeer te rijden in deze omstandigheden, reed is dus richting huis, plotseling schrok ik door een lawine van sneeuw die voor mijn auto opdoemde, ik remde, gleed nog een stukje door en stond stil, net voor het opstakel dat voor me op de weg lag.
Ik schrok me wezenloos, mijn hart klopte achter in mijn keel.

Voor mijn auto lag een grote boomtak midden op de weg, een zucht van verlichting ging er door me heen, als ik iets sneller was geweest, dan was die tak boven op mijn auto geknald, en dan had ik vast een flinke schade gehad.

Ik zag dat van de andere kant ook een vrachtwagen was gestopt. Ik stapte uit de warme auto, ik liep op de chauffeur van de vrachtwagen toe, die inmiddels ook was uitgestapt.
Scheelde niet veel hè, schreeuwde ik hem tegemoet, we zaten er bijna tegen aan, ja echt wel, hoorde ik hem zeggen, ik keek omhoog naar de plak waar de tak was afgebroken, er ligt teveel sneeuw op, en dat is best een heel gewicht, vertelde de chauffeur.

Ja, klopt inderdaad beaamde ik, zullen we samen dat takje even van de weg slepen stelde hij voor.
Ik keek hem aan of ik het in Keulen hoorde donderen, takje!!, man!! dat is een halve boom!!!.
Maar ach proberen konden we het natuurlijk altijd, er waren in de tussentijd al meerdere mensen bij gekomen, die allemaal berijdt waren om te helpen, nou ik moet eerlijk bekennen dat de klus sneller geklaard was, dan ik voor de tijd had in geschat.
Na het vrolijke afscheid, waren we weer blij dat we door konden rijden.

Daar aangekomen sjouwde ik de boodschappen allemaal naar binnen, en verdeelde zo over het hele huis.
pff het was nog een heel karwei, de kelder in de kelder uit, en naar de vriezer die helemaal achter in de schuur stond.

EINDE HOOFDSTUK 3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.