All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 29

Terwijl ik dronk keek ik naar de deur, de deur die ik van top tot teen in aller rust bestudeerde.
Het was een prachtige deur maar wel een heel gevaarlijke, op de grond lagen vier korte stukken touw, die door de deur waren afgesneden.
Het duurden niet lang of het viel me op dat de deur dezelfde vorm had als twee van de stenen de we eerder al hadden gevonden, een uit de bergen en een uit de put.
De gespleten tong mompelde ik, dat is het!!!!!, ik sprong op, pakte mij fototoestel van de grond en scrolde door alle foto’s die we gemaakt had, even later had ik het gevonden.
Ik bestudeerde de foto van de steen in de bergen, het middelste cijfer was een X.
Ik begon helemaal opnieuw, ik lustte het touw door de eerste ring, trok er vervolgens aan en een droge klik volgde, ring twee sloeg ik over, even later trok ik aan ring drie ook nu een droge klik, ring een en drie in     de tweede rij sloeg ik over en in rij drie sloeg ik de tweede ring over.
Het touw was aan de laatste rij bevestigd, nu zou blijken of mijn theorie klopte.
Ik gaf een flinke ruk aan de laatste ring, na de droge klik volgde er een krakend geluid en de deur sprong open.
Dat we allemaal een gat in de lucht sprongen was logisch, ik drukte de deur open en we kwamen in een nieuwe gang, deze was iets breder dan de gang die achter ons lag.
Na ongeveer tien meter stonden we voor een nieuwe deur, het was dezelfde deur als de deur die we net achter ons gelaten hadden.
Het verschil was dat er aan de linkerkant een grote klauw zat en dat de bovenkant van de deur nu vlak was.
Ik hoefde nu niet lang na te denken, en even later trok ik met behulp van het touw aan de middelste drie ringen, het middelste cijfer van de bij deze deur horende steen zag eruit als een min teken.
Even later waren we weer op weg, ook na deze deur was het pad breder geworden, je kon nu met drie mensen naast elkaar lopen.
Na tien meter kwam deur drie, ik werd er steeds handiger in, deze deur met een klauw aan de rechterkant en de in een punt toelopende bovenkant.
Bij deze deur hoorde de steen met de punt, het middelste cijfer was een verticale streep.
Even later was ook deze deur geopend, we kwamen in een mega grote ruimte, het zag eruit als een kerk, met grote ronde pilaren, overal werden fakkels ontstoken door enkele Rider, deze fakkels die aan de buiten kant van deze grote zaal hingen gaven de zaal een prachtig uitstraling.
De zaal had een prachtige rood marmeren vloer, de wanden bestonden uit wit marmer, waar grote beelden hingen van krijgers met speren en schilden in hun hand, ook beelden van grote draken hingen overal in allerlei vormen en maten.
In het midden van de zaal stond een grote marmeren troon, met aan weerszijden een kleine troon, op de middelste troon was een grote drakenkop gemaakt, die met zijn grote geopende bek er angstaanjagend uitzag.
Voor de rest stonden er grote tafels met ongeveer vijftig stoelen erom heen.
Het was allemaal prachtig wat we zagen, en ook hier zag het eruit alsof het net verlaten was, er lag een dun laagje stof maar dat was het dan ook.
Achter de troon zaten twee grote deuren, ze waren prachtig bewerkt, op beide deuren stonden twee draken afgebeeld, deze draken waren in het hout gegutst, echt prachtig vakwerk.
Het viel me op dat de draak in het leven van deze mensen centraal stond, alles had er volgens mij mee te maken.
Zo te zien waren het geen vriendjes van elkaar, door enkele beelden werd het doden van een draak uitgebeeld.
We besloten een flinke pauze in te lassen, dat hadden we wel verdiend vond ik.
Als we er goed over nadenken zijn we niet zo ver van ons kamp af, wat zou het zijn?… vijfhonderd meter?.
Ik heb eigenlijk geen idee bekende Nick het zou maar zo kunnen, Theolan was niet bekent met onze maat eenheden, dus hij kon geen antwoord geven op mijn schatting.
Ik diepte uit mijn rugzak een stuk brood die gisteren was gebakken, ja ook dat konden Riders als de beste, het smaakte heerlijk maar het was niet te vergelijken met het brood die wij thuis altijd aten.
Ik spoelde mijn brood weg met een slok warme thee, ik had al tijden niet meer aan een tafel gezeten laat staan op een stoel, dus ik genoot extra van het brood met kopje thee.
Marieke was overal foto’s aan het maken, en dat is niet alleen mooi voor het plakboek, maar ze kunnen ook erg nuttig zijn bij het oplossen van puzzels en het beantwoorden van vragen daar waren we wel achter gekomen.
Toch was het vreemd onze moderne middelen in deze wereld, maar we hadden er toch maar veel baad bij gehad.
We waren al een heel eind gekomen, alleen de sleutel ontbrak nog, we waren op de goede weg dat was zeker, we hadden de ruimte gevonden waar Koning Morogh ooit geleefd had.
De koning was het duistere pad ingeslagen, hij had zich bezig gehouden met de zwarte kunst en alles wat daar maar mee te maken had, het ergste was geweest dat hij zijn volk langzaam maar zeker mee had getrokken de verdoemenis in.
Er ging dan ook een zucht van verlichting door het volk van Ness, toen bekent werd dat hun koning gesneuveld was in de slag om Aodhan.
Helaas heeft de koning niet meer kunnen vertellen waar hij de sleutel had verborgen.
Wat er met het volk van Ness is gebeurt weet dus niemand, er waren geen opvolgers die de kroon konden overnemen, de koning had namelijk geen kinderen verwekt in zijn leven.
Hoe verder? dacht ik bij mezelf, twee deuren zaten er in deze zaal, en aanwijzingen voor een sleutel hadden we niet gevonden.
Mijn nieuwsgierigheid begon me nu toch wel parten te spelen, wat zat er achter beide deuren?

Ik koos voor de linker deur die in een vloeiende beweging openging alsof hij net gesmeerd was.
We kwamen in een soort open ruimte die diende als keuken, opslagplaats, en verblijfsruimte,     er waren enkele kamers die voor bedienden waren geweest, tenminste daar leek het op.
Overal stonden potten, pannen, borden en ander zaken die in een keuken werden gebruikt.
We doorzochten de ruimte, achter in een hoek zat weer een metalen deur die met geen mogelijkheid open te krijgen was, het was een gladde deur met een grote knop en een sleutelgat.
Ik probeerde door het sleutelgat te kijken wat niet lukte, elk hoekje werd doorspit maar er werd niets gevonden.
Even later stonden we voor de rechter deur die achter de troon hadden gevonden.
Ook deze deur gleed open, ook hier kwamen we in een ruimte, het verschil met de vorige ruimte was dat hier drie deuren zaten een aan de achterkant, en twee aan de rechterkant.
Ik liep rechtuit om de eerste deur van de drie te openen, we kwamen in een grote slaapkamer, alleen de vloer was van prachtig rood marmer.
Het bed was groot en van donker bijna zwart hout met vele houtsnijwerken, vele taferelen waren in de achter gegutst.
De kamer was prachtig ingericht met grote kandelaars, wandschilderijen, beelden op het bed lagen grote vellen bont.
Echt de kamer van een Koning, in dit geval dus van koning Morogh, en ook in deze kamer was het thema draken, echt overal beelden met draken erop, kopen klauwen en ik weet niet wat nog meer.
Draken moeten echt ontzettend belangrijk geweest zijn in hun leven, alleen weet ik niet in welk opzicht.
We zouden deze kamer op een later tijdstip verder onderzoeken, op naar deur twee, ook deze deur ging makkelijk open, we kwamen in een badkamer, ook daar was het toilet, maar niet zoals wij die kennen.
De laatste deur ging niet zo gemakkelijk open, er moesten twee Riders aan te pas komen om de deur open te maken.
Uit deze kamer kwam een muffe lucht die me nog niet eerder was opgevallen, even later was de deur open.
Toen de fakkel de ruimte verlichte schrokken we toch wel even, er hing een geraamte over de tafel, naast het geraamte stond een kleine beker.
Er hingen flarden met kleding om het geraamte, het was een triest gezicht, het viel me op dat er onder het geraamte iets lag.
Het leek op een dichtgeslagen boek, ik probeerde voorzichtig het geraamte een beetje op te schuiven, iets wat ik beter niet had kunnen doen.
Het hele geraamte viel samen met een vreselijk geluid helemaal uit elkaar, een lichte rilling liep er over mijn rug.
Ik pakte het boek en liep er mee naar de andere ruimte, ik stofte het een beetje af, wikkelde het vervolgens in een doek en stopte hem toen in mijn rugzak.
We keken nog een momentje rond en toen besloten we om weer naar het kamp te gaan, morgen zagen we het wel weer.
Een klein uurtje later waren we weer in het kamp aangekomen, het was al laat in de avond toen we weer teruggekomen waren, het was een zware dag geweest, dat merkte ik toen ik een tijdje bij het kampvuur had gezeten, ik kon mijn ogen niet meer open houden.
Even later lag ik in mijn slaapzak, en in een mum van tijd sliep ik en wist ik niet meer wat er om me heen gebeurde.
Ik was weer vroeg wakker, opgewekt wandelde ik naar het midden van het kamp, daar er zaten al meer Riders dan normaal op dit tijdstip, het leek wel of iedereen vroeg wakker was geworden.
Na mijn ontbijt besloot ik op een rustig plekje het boek eens in te kijken, was eigenlijk wel benieuwd.
Het was een dun boek drie a vier centimeter dik, de schubachtige kaft voelde vreemd aan, er zaten vijfentwintig dikke pagina’s in het boek.
De eerste tien bladzijden waren niet beschreven, vijf bladzijden waren beschreven met grote letters en de laatste tien waren weer leeg.
Ik diepte uit gewoonte mijn leesbril uit mijn rugzak, maar de letters waren zo groot dat ik mijn bril niet eens nodig had.
Ik stopte mijn bril weer in mijn rugzak en begon vervolgens te lezen.

 

 

EINDE HOOFDSTUK 29

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.