All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 25

Ik liep naar de commando tent, haalde de oude kaart tevoorschijn en bleef er een ogenblik naar turen.
Ik vroeg aan een Rider die op wacht stond om enkele Riders die een belangrijke functie vervulde, Marieke, Nick en natuurlijk Theolan te waarschuwen.
Het duurde een klein half uurtje voordat iedereen zich in de commando tent had verzameld.
Iedereen keek vol verwachting mijn richting op, ze voelde dat ik iets te vertellen had.
Welkom… zo begon ik mijn toespraak, zoals jullie weten hebben we drie stenen gevonden, voetsporen en een grote grot, iedereen knikte beamend.
Het heeft me vele hoofdbrekens gekost om op de volgende theorie te komen, ik had van te voren de grote landkaart opgehangen.
De landkaart had ik in de lengte opgehangen, ongeveer een meter breed en twee meter lang.
Ik wees ongeveer vijftig cm vanaf de onderzijde van de kaart, exact in het midden, waar ik een grote gespleten tong had getekend met een zwarte stift, de twee klauwen had ik aan beide kanten van de tong getekend maar dan circa veertig cm hoge.
Zoals jullie weten heb ik een paar dagen geleden gezwommen in het meer, daarvoor had ik gezien dat paarden werden gedrenkt ook aan het meer, ik merkte dat het water zoet was.

Eigenlijk weten we allemaal wel dat het zoetwater is, maar we stonden er verder ook niet bij stil, onze paarden drinken dit water, en wij drinken het ook onze thee is ook van het water uit dit meer.
Iedereen knikte bevestigend, maar begrepen niet waar ik heen wilde, ik zal het toelichten.
Het meer is hier altijd geweest, ook op deze kaart is het meer duidelijk aanwezig, ook toen het volk van Ness hier leefde was er dit meer.
Iedereen knikte wel van ja, maar bleven me toch vragend aankijken, ze snapte mijn verhaal tot nu toe wel, maar ze begrepen voor de rest echt niet waar ik het over had.
Ik schoot er van in de lach, ik pakte mijn stift en vroeg of ze er allemaal klaar voor waren.
Het moment suprême, heren en dame, ik wees naar de tong en vertelde dat dit de tong van het monster was waarschijnlijk een draak, daarna wees ik naar de beide klauwen, die zijn de beide klauwen van de draak, de linker en rechter.
Ik pakte mijn stift en tekende in het midden, ongeveer vijftig cm van de bovenkant van de map twee cirkels, en dit zijn de ogen van de draak.
De vragende gezichten waren veranderd in denkende gezichten, ik keek een moment in het rond, maar bij niemand was het kwartje gevallen.
Ik zal jullie maar uit de droom helpen, op de markt staan aan beide kanten twee grote putten, dat zijn de ogen van de draak.
Alsof er een bom ontplofte iedereen liep door elkaar te praten en te schreeuwen alsof ze het zelf ontdekt hadden.
Ik moest een paar keer hard op mijn vingers fluiten om iedereen weer bij de les te krijgen, kunnen we nog een moment stil zijn luitjes ik was nog niet helemaal klaar met mijn verhaal.
Als we nu goed op de kaart kijken dan zien we dat het meer voor een groot deel in het midden van de kaart ligt, volgens mij is het de bek van de draak, en daar zwemmen waarschijnlijk een paar van die monsters rond waarvan we de voetsporen en het gebrul gehoord hebben.
Maar ik denk dat het geheim in de ogen zit, overal missen we de daken, de balken zijn voor het grootste gedeelte weg, maar op beide putten zit nog wel een dak.
Een golf van opwinding ging er door de groep, er hing een flinke juichstemming in de commando tent.
Dus heren en dame, het lijkt me een goed plan om de beide putten aan een grondig onderzoek te onderwerpen.
Maar dat bewaren we voor morgen, voor vandaag was het meer dan genoeg, er werd nog een tijdje nagepraat over de theorie dat er een geheim in beide putten zou zitten.
De avond voordat we de putten zouden onderzoeken werd er feest gevierd we vonden dat we dat verzetje wel verdiend hadden, een paar flessen sterke drank werden ergens uit een koffer gediept.
Het werd een gezellige avond die voor mijn gevoel veel te vroeg eindigde, maar zoals altijd komt er aan goede dingen ook eens een eind.
Ondanks de gezellige avond, was mijn nacht toch minder super, ik was heerlijk in slaap gevallen, maar een paar uurtjes later was ik al weer klaar wakker.
Het was een heldere nacht met vele sterren en twee manen, wat ik nog steeds erg vreemd vond.
Ergens in de verte hoorde ik het schreeuw van een uil, tenminste daar leek het op, in deze wereld waren de geluiden toch anders dan bij ons.
Ik besloot maar uit mijn slaapzak te kruipen wie weet stond er nog wel een ketel met water op het vuur, een kop thee zou er nu wel in gaan.
Even later wandelde ik naar het kampvuur die nog branden de ketel stond er naast maar was nog warm ik hing hem boven het vuur.
Vijf minuutjes later zat ik met een dampende mok thee in mijn hand, ik had nog een paar blokjes hout op het vuur gegooid die even later vlam vatte.
Het was erg rustig er was zelfs geen Rider die bij het vuur zat, het was zeker nog geen tijd van wacht wisselen bedacht ik me.
Bij het wisselen van de wacht elke paar uur dan was het meestal bij het kampvuur wat drukker dan normaal, de Rider dronken nog een bak thee voordat ze de wacht over namen, en andersom was het net zo.
Maar nu was het rustig om het kampvuur alleen ik zat naar de vlammen te turen.
Zo nu en dan werd de stilte doorbroken door een nachtvogel met zijn luide schreeuw.
Ik besloot na mijn tweede bak thee even een rondje te maken misschien vond ik nog wel een Rider die op wacht stond, ik was wel nieuwsgierig hoe deze nacht verliep.
Maar voordat ik dat deed besloot ik even mijn infrarood kijker uit mijn tent te halen.
De andere kijkers werden elke nacht gebruikt ik was blij dat ik aan extra batterijen had gedacht en aan opladers op zonne energie.
Ik wandelde rustig naar mijn tent daar aangekomen pakte ik mijn kijker, ik zou richting meer lopen en daar vast wel een Rider vinden.
Riders waren meester in camoufleren dus kwam ik bij het meer aan zonder dat ik ook maar een Rider had gezien, ik was er van overtuigd dat ze mij wel gezien hadden.
Zo aan het water was het toch een stukje frisser dan in het kamp, in het kamp werden we voor een groot deel beschermt door de oude huizen die er nog stonden, wat er van overgebleven was dan.
Ik tuurde door mijn kijker richting dorp, haha ik heb je dacht ik bij mezelf toen ik de eerste Rider in mijn vizier kreeg.
Langzaam maar zeker maakte ik een draai van 360 graden, ik vond zeker vier Riders die zich verdekt hadden opgesteld.
Langzaam maar zeker draaide ik richting meer, een grote drakenkop die met een lange nek uit het water stak doemde op in mijn zichtveld , een vreemde rilling ging er door mijn lichaam.
Het duurde even voor ik besefte wat ik in mijn zicht veld had gevangen, mijn hart begon te bonken ik stond stijf van de schrik.
De grote drakenkop draaide zich in mijn richting, de draak sperde zijn grote bek open en een luide schreeuw volgde het was een schreeuw die door merg en been ging.
Een moment later was de kop onder water verdwenen een vreemde stilte volgde die werd afgewisseld door een paar Riders die kwamen aanhollen.
Blijkbaar wisten ze precies waar ik stond, alles oké heer Khemron, ik knikte van ja, misschien hadden ze me gezien door de lijkbleke kleur die ik had, al het bloed was uit mijn hoofd weggetrokken.
Ik stond te wankelen op mijn benen, een draak mompelde ik, die bestaan toch helemaal niet, in deze wereld zijn deze dingen dan wel normaal maar ik moest er nog wel aan wennen.
Langzaam maar zeker voelde ik me weer mens worden, wat een mens toch kan schrikken sprak ik tegen een Rider, deze knikte met een brede lach op zijn mond.
Ik tuurde nog een keer over het water met mijn kijker maar de draak kwam niet meer in beeld.
Toen ik een half uur later weer bij het kampvuur zat met de Riders die op wacht hadden gestaan, werd er natuurlijk volop nagepraat over wat ik gezien had.
Hij zag er toch heel anders uit dan de draken die ik wel eens in een film heb gezien vertelde ik, hij had wel een grote dikke kop hoor voor zo’n dunne nek.
Het duurde niet lang voordat het kamp weer ontwaakte, Marieke en Nick waren vroeger dan normaal, iedereen wilde weten wat er in de putten zat.
Het duurde niet lang of het hele kamp wist wat ik die nacht had meegemaakt, de draak werd het gesprek van deze morgen, waarschijnlijk had deze draak ook de voetsporen in het zand achtergelaten.
Zou deze draak in die grote grot wonen? vroeg Nick daar kon niemand een antwoord op geven maar het zou kunnen omdat de voetsporen richting grot liepen.
Waar een draak is zijn er ook vast meer, kwam ik tussenbeide, oeps!! daar had niemand aan gedacht wie weet woont er in dit meer wel een hele familie, ik hoop maar dat ze vegetariër zijn, het was Marieke die dit opmerkte.
Er werd smakelijk gelachen om deze opmerking, het duurde nog een lange tijd voordat iedereen weer met de dagelijkse dingetjes bezig was.
 

 

 

EINDE HOOFDSTUK 25

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.