All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 23

Volgens Torin was Morogh overgelopen naar de duistere zijde, en dat hij zijn volk had meegetrokken, maar ik heb nergens iets kunnen vinden van duistere krachten.
Ik miste wel een kasteel of burcht waar Koning Morogh moet hebben gewoond, hij zal toch niet in een gewoon huis hebben gewoond lijkt me, ik zag enkele Riders bevestigend knikken, ze waren het wel met me eens dat dat ook niet normaal zou zijn.
Koningen wonen in grote kastelen of burchten dat was overal zo, waar Morogh dan gewoond had wisten zij ook niet.
Torin vertelde ook dat ze mijnen hadden waaruit ze bouwstoffen en edelstenen hadden gedolven, morgen ga ik kijken of ik een mijn kon vinden, er moet toch ergens iets te vinden zijn vond ik.
Theolan stelde voor om mee te helpen zoeken, het was meteen een goede training voor de Riders, een deel zou het kamp bewaken en een deel kon dan helpen met zoeken.
Dat leek me een goed plan de kans om wat te vinden zou daardoor flink toenemen, zo werd er besloten morgen zouden we op bergexpeditie gaan.
De een na de ander zocht zijn slaapplaats op, er werd door tien Riders wacht gelopen, elke vier uur werd er van wacht gewisseld, niet dat er onrust verwacht werd maar je kon maar nooit weten.
Eindelijk een nacht doorgeslapen dacht ik toen ik door de eerste zonnestralen gewekt werd, ik rekte me uit, de slaap had me goed gedaan ik voelde me fris en vol van energie.
Na het ontbijt dat op pannenkoeken leek, maar heerlijk smaakte, staken we de koppen bij elkaar om te bespreken hoe we bij onze speurtocht te wek zouden gaan.
Ik stelde voor om in groepjes van vier op pad te gaan, de beste klimmers zouden de hoger gelegen delen van de bergen of heuvels onderzoeken.
Maar ik wilde niet dat er onnodige risico’s genomen zouden worden, veiligheid voor alles.
De groepjes werden verdeeld net zoals het gebied, ieder groepje zou een aangewezen deel onderzoeken.
Een klein halfuurtje later was iedereen op weg, overal waren zoekende, klimmende, kruipende Riders te zien, er was afgesproken dat als er iets gevonden werd dat er dan een pijl in de grond werd gestoken met daaraan een witte lap, deze plekken zouden dan later o.a. door mij worden onderzocht, indien het nodig was.
Mocht het echter erg belangrijk zijn, dan zou iemand van het groepje zich komen melden bij de commando plek, we hadden een commando plek gemaakt vandaar uit werd de zoek actie geleid.
Op een grote landkaart die flink verouderd was hadden we toch een beter overzicht, helaas was het geen kaart uit onze wereld we moesten het er maar mee doen.
We probeerde op deze kaart de afgezochte plekken te markeren, zo goed en zo kwaad als we maar konden, tegen de middag was er nog nergens een vlaggetje gesignaleerd, we hadden afgesproken dat de Riders een paar uur zouden zoeken en zich dan weer bij de commando plek zouden melden.
Marieke en Nick waren ook ergens aan het zoeken, langzaam maar zeker druppelden de eerste groepjes binnen, nadat ze zich hadden gemeld en hun bevindingen hadden doorgegeven, hadden ze twee uurtjes rust, daarna was er een ander gedeelte van de heuvels aan de beurt.
Nadat het laatste groepje binnen was, konden we wel stellen dat het eerste deel van de zoektocht geen resultaten had opgeleverd.
Het tweede deel van de zoektocht was in volle gang, de eerste melding dat er iets gevonden was kwam binnen, ik besloot meteen mee te gaan, ik was reuze nieuwsgierig wat het was, de Rider vertelde het dat het een grote steen was.
Toen ik bij de plek aankwam zag ik een grote steen helemaal weggewerkt in de berg, het was bijna een geheel, de steen had de vorm van een grafsteen die je op veel kerkhoven ziet.
De ongeveer 60 cm brede steen, die wel een meter hoog was had een ronde bovenkant.
Er stond een vreemd teken op, dat leek op een drakenklauw, met daar onder drie cijfers, het leken we romeinse cijfers, de middelste was een X.
Ik besloot er een paar foto’s van te maken, die zouden me zeker goed van pas komen, we keken of er beweging in de steen te krijgen was, ik sloeg er een paar keer met een steen tegenaan, er klonk een dof geluid er zat zo te horen geen holle ruimte achter de steen.
We onderzochten de omgeven van de steen af, maar we vonden geen aanwijzingen.
Toen ik weer in op de plek kwam waar de commando plek was, bleek dat er nog een steen was gevonden, de steen leek op de vorige, echter was de steen aan de bovenkant nu vlak.
Ook hier stond een vreemd teken op de steen maar deze was anders, het was geen klauw zoals bij de andere steen het leek hier meer op een gespleten tong, zoals die van een slang.
Ook op deze steen stonden drie cijfers, tenminste ze leken erop, ook hier maakte ik enkele foto’s van, ik zag de Rider die naast me stond al vragend naar me kijken, wat ik nu weer aan het doen was, ik liet op het schermpje de juist gemaakte foto zien.
De Rider was er flink van onder de indruk, dat zoiets kon.
Ook hier zochten we de omgeving van de steen af, maar net zoals bij de andere steen vonden we geen aanwijzingen.
Meer werd er deze dag niet gevonden, avonds bij het kampvuur werd er volop gesproken over de stenen, volgens Torin waren het oude cijfers, die bij sommige volkeren nog steeds werden gebruikt.
Wat de betekenis was de klauw en de gespleten tong wist Torin ook niet, ik zelf     heb het gevoel dat er nog meer van die stenen zijn sprak ik tegen Torin, het zou kunnen Khemron.
Volgens de kaart stonden de stenen in een rechte lijn tegenover elkaar, misschien moeten we in de vier windrichtingen zoeken, nog twee windrichtingen te gaan dus.
Het stemde me hoopvol voor de volgende dag, tegen de middag vonden we steen nummer drie, ook op deze steen stond een klauw, met daaronder drie getallen.
Na de middag zochten we het laatste gedeelte af, maar hoe we ook zochten we vonden helemaal niet, geen steen dus!!.
Later dan de dag ervoor kwamen we weer in het kamp, veel energie hadden we niet meer, morgen is er een nieuwe dag en dan puzzel ik wel verder, helder denken lukte zo laat op de avond niet meer.
Toen ik de volgende dag een heerlijke mok kruiden thee zat te drinken, deze helaas zonder suiker maar de smaak was er niet minder om, het leek wel of er ook honing in zat, ik voelde een tinteling door mijn lichaam gaan.
Ik zat met mijn rug tegen een paardenzadel de lege mok stond naast me, de stenen die we ontdekt hadden lieten me niet los, ik bekeek de foto’s keer op keer.
In eerste instantie dacht ik dat de klauwen het zelfde waren, maar nadat ik tientallen keren de ene na de andere had bekeken, viel me op dat ze toch niet helemaal het zelfde waren maar waar zat het verschil.

 

EINDE HOOFDSTUK 23

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.