All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 21

Ik was zo druk in gesprek geweest met Torin dat ik het niet allemaal mee had gekregen, dus vroeg ik om uitleg, Theolan praatte me een beetje bij terwijl we reden.
Hij vertelde dat de krijgers als we deze route volgde, dat de krijgers van ons af reden en dat kon volgens hem niet beter, er zwermde nu in plaats van 2 verkenners 10 verkenners in waaiervorm voor ons uit, dit leek me in dit geval beter, we komen dichter en dichter in de buurt van Ness en we kunnen geen risico lopen.
We reden in een lange slingerende rij, door bergen en langs meren, na vele uren gereden te hebben besloten we op een prachtige vlakke plek aan de onderkant van een grote heuvel, ons kamp op te slaan, er lag een groot meer aan de andere kant van de vlakte.
Een uur later hadden we ons kamp opgeslagen, het was nog licht, de dagen werden langer, de zomer kwam in zicht, de paarden stonden vredig te grazen.
Ik zocht in mijn koffer naar een paar kleine werphengels die ik had meegenomen, ik had me eerst nog afgevraagd wat ik er mee moest, maar iets in me zei dat toch maar te doen, het waren kleine uitschuifbare hengels met een kleine molen, maar wel van goede kwaliteit.
Ik had er een stuk of 5 meegenomen, en een doosje met van alles en nog wat, ik schoof mijn hengel uit, bevestigde er een klein glimmend blinkertje aan pakte het schepnet en liep richting meer, verwonderd nagekeken door enkele Riders.
Het was lang geleden dat ik een hengeltje had uitgeworpen kan ik wel vertellen, toen ik jong was viste ik regelmatig, ik werkte toen erg veel en vissen werkte zeer ontspannend.
Toen ik richting water liep vroeg ik me eigenlijk af of er hier vissen zwommen die ik ook kende, zalm, forel of meerval.
Ik controleerde mijn lijn, en wierp met een stijve zwier de lijn met blinker en dobber ver voor me uit, de rood witte dobber dreef op het water, ik begon rustig aan de molen te draaien, binnen enkele meters had ik al beet, een vlotte beet vond ik zelf, dat had ik echt niet verwacht.
Ik voelde dat er een flinke vis aan de haak spartelde, het duurde zeker 5 minuten voordat ik de vis aan de kant had, ik schepte de vis met mijn schepnet, en even later lag de vis te spartelen op de kant, hel leek wel een zalmforel, en nog een mooie ook.
Ik pakte een stuk hout en gaf de vis een knal in zijn nek, zo hoefde hij niet onnodig te leiden.
Dat is een mompelde ik, ik maakte mijn hengel weer in orde, en wierp voor de tweede keer, en weer was het raak, een klein uurtje later had ik al een stuk of 15 vissen op de kant liggen.
Ik was zo druk met vissen dat ik niet eens bemerkt had dat er een tiental Riders om me heen stonden, verbaast keek ik om me heen, de lachende gezichten van de Riders deden ook mij in de lach schieten, ik zeg lusten jullie wel vis??, nou en of ze dat lusten, maar zoals jij ze vangt hebben we nog nooit gezien vertelde een van de Riders.
Ik keek hem onbegrijpend aan, hoe bedoel je? Vroeg ik, met een stok legde hij uit, wij kennen alleen maar onze netten, ohw nu begreep ik het ze hadden nog nooit een hengel gezien.
Ik vroeg aan hem of hij het ook een keer wilde proberen, nou dat leek hem wel wat zijn ogen glunderde helemaal.
Ik gaf hem mijn hengel, legde alles uit en hij begon, even later lag spartelde zijn eerste vis op de kant.
Ik besloot de andere hengels ook op te halen, en 20 minuutjes later stonden er 5 Riders aan de kant te vissen.
Ik besloot de vissen die gevangen waren maar schoon te maken, en ook hier was het vele handen maken veel werk, en avonds zat het hele kamp te smullen van de heerlijke vis, en kwamen de eerste vissers praatjes al over het kampvuur zeilden, de een had een vis van we 2 meter gevangen de ander had er een gevangen met slachttanden van een halve meter, het was een heerlijke avond, waar veel gelachen werd.
En een ding was zeker, Riders konden meer dan alleen vechten.
De volgende dag werd de reis hervat, we waren nog geen halve morgen onderweg of we liepen tegen een grote paal aan, waarop de skeletkop van een soort draak was gespijkerd, er hingen van allerlei vreemde voorwerpen aan.
Het zag er erg afschrikwekkend uit, en volgens mij was het daar ook voor bedoelt, het zag eruit alsof het hier al eeuwen stond.
We gaan de goede kant op grapte een van de Riders, de bergen werden groter en de tussenliggende vlakten ruiger, in de verte rende een 10 tal gestreepte op herten lijkende beesten voorbij.
Vroeg in de middag kwamen we bij een mega groot meer, volgens onze kaart moest dit het meer van Ness zijn, dit meer voor het grootste deel omringt door grote bergen, we moeten nog een stukje het meer volgen in die richting wees Theolan.
Daar zouden we tegen het dorp aan moeten lopen waar het volk van Ness ooit eens leefde, de resten van het dorp zouden er nog moeten zijn, en daar zouden we ons kamp kunnen opslaan.
Het duurde langer dan verwacht voor we het vervallen dorp bereikten, er stonden nog grote delen van muren, wegen waren nog duidelijk te zien, je kon nog duidelijk de huizen zien, de muren stonden er nog wel maar de daken die van hout en riet waren, ontbraken.
Dit was echt een prachtige plek om ons kamp op te slaan, de muren zorgden voor een goede bescherming tegen de wind, daken waren er niet dus beschermd tegen de regen waren we niet echt.
Een paar uur later was ons kamp opgebouwd, er werden vuren gemaakt en klaar voor de nacht, er werden een paar hertenbouten boven het vuur gehangen.
Enkele Riders hadden een paar van die gestreepte herten geschoten en een paar delen hingen nu boven het vuur, het zou nog wel een uurtje of wat duren voordat we konden eten.
Het was echt helemaal terug naar de natuur en zo voelde het ook, maar het gaf wel een heel vrij gevoel moet ik zeggen, turend naar de vlammen van het kampvuur deden mijn gedachten afdwalen naar alles wat we de laatste tijd hadden meegemaakt, zo van een gewoon leventje, ineens in een heel andere wereld.
Een andere wereld die normaal alleen maar in een film of boek gebeurden, maar het kon dus echt, en het was maar wat raar, maar aan de andere kant vond ik het ook wel heel erg stoer.
Ik… Henk vader van twee kinderen met een gewoon doorsnee leven, en dan ineens noemen ze me heer Khemron de zoeker van een paar sleutels, echt niet te geloven!!.
Maar goed, het is een prachtige wereld, met een zuivere natuur, geen ronkende auto’s, geen vliegtuigen, volop genieten moet ik zeggen.
Ik werd uit mijn droom wereld gehaald door een paar luid lachende Riders, een heerlijke geur kriebelde in mijn neus, mmm geroosterd vlees, het water liep in mijn mond.
Helaas moest ik nog even geduld hebben, deze Riders mochten dan alles weten van boogschieten, zwaard vechten, spoorzoeken en nog veel meer maar van koken hadden     ze niet zoveel kaas gegeten, zoals ik het me zo van een afstandje bekeek, maar eigenlijk had ik tot nu toe niets te klagen gehad over het eten bedacht ik me.
Toen ik een klein uurtje later een bordje aangereikt kreeg, en ik het vlees proefde kon ik niet anders dan bekennen dat het beter smaakte dan ik zelf voor enigszins mogelijk had gehouden.
Ik besloot vroeg mijn slaapzak in te duiken, ik zag dat Marieke en Nick nog volop in gesprek waren met een paar Riders, en nadat ik iedereen een goede nacht had gewenst lag ik even later heerlijk in mijn slaapzak, en binnen de kortste keren was ik in dromenland.
Hoelang ik geslapen heb kan ik me niet meer herinneren of het de luide schreeuw van een uil was, of van een boze droom, ik zou het echt niet meer weten maar wakker was ik wel, klaar wakker!!!.
Het was een heldere nacht, de maan zorgde voor een grijs zilveren licht, de muren zorgden voor spookachtige schaduwen, ik besloot eruit te gaan en een beetje rond te kijken, een beetje extra zuurstof snuiven kon nooit kwaad bedacht ik me.
Ik liep richting het grote meer, water heeft toch altijd aantrekkingskracht op mens en dier, water de bron van het leven, zonder water zouden we niet echt lang rondhuppelen bedacht ik me.
Ik liep langs de rand van het meer tot ik bij een grote steen kwam, ik besloot op de steen te gaan zitten, en de omgeving eens op mijn gemak in me op te nemen.

 

EINDE HOOFDSTUK 21

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.