All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 20

De aanval duurde korter dan ik had verwacht, binnen een mum van tijd hadden de Riders bijna zonder slag of stoot het hele kamp in handen, de slavenhandelaars werden gebonden met hun buik op de grond naast elkaar gelegd.
Ik was bezig om de slaven te bevrijden, enkele Riders kwamen me helpen, en even later was ook dit karweitje geklaard, ik stelde voor om de slavenhandelaars een koekje van eigen deeg te geven en ze net zoals de slaven vast hadden gezeten, vast te maken, dit idee werd meteen in daden omgezet, en een tijdje later stonden de slavenhandelaars vastgebonden aan de palen.
De ex slaven waren ontzettend dankbaar ze bleven maar buigen en bedanken, ik gaf opdracht het kamp uit te kammen, de ex slaven zouden dan het kamp overnemen.
Morgen zouden we op weg gaan naar Ness, de ex slaven zouden hun eigen weg gaan, zo werd het afgesproken.
Een uurtje later waren we weer in ons eigenkamp, en nog geen half uurtje later was de rust terug gekeerd, ik viel met een gerust hart in slaap, wetende dat we vele mensen voor een miserabele toekomst hadden gered.
We zouden pas tegen de avond ons kamp opbreken en verder trekken, de korte nacht had er voor gezorgd dat we een beetje op ons schema hadden ingeleverd.
Maar goed uitgerust op pad vond ik wel een vereiste, we vertrokken laat in de middag, we hadden de ex slaven achter gelaten met hun gevangenen, en begonnen aan het vervolg van onze reis richting Ness.
We reden in een lange rij door een prachtig landschap, een zeer gevarieerd landschap, met prachtige bomen in vele kleuren en maten, groene weiden met vele bloemen.
Het werd een heerlijke rit, tot we in het schemerdonker op een gunstige plek kwamen, waar we ons kamp voor de nacht opsloegen.
Er volgde een rustige nacht, maar wel een nacht met vele geluiden waar zo nu en dan een schreeuw van een vogel door heen galmde.
De natuur trok zich niets aan van het aanwezige kamp, met de vele Riders, waarvan de meesten al in een diepe slaap waren gedommeld, enkele Riders liepen wacht, deze wachten werden elke paar uur gewisseld alles ging volgens een strak patroon.
De nacht ging langzaam over in de dag, de eerste zonnestralen verschenen, het kamp ontwaakte uit hun slaap, paarden hinnikten, vuren werden opgestookt, enkele Riders stonden bij een beekje om zich op te verfrissen.
Iets verderop stonden een twintigtal pakpaarden, iedereen moet eten en dat moet natuurlijk ook allemaal meegesleept worden, en natuurlijk nog veel meer, en daar zijn deze pakpaarden voor.
Onderweg word er natuurlijk ook nog gejaagd, en mochten we bij een boer of dorp komen dan word er ook weer proviand ingeslagen.
Een uurtje later stonden we te turen op de grote landkaart, Theolan wees de punten aan die we volgens hem beter konden vermijden, nog een dag of vijf en dan treden we het land van Ness binnen.
We rijden dicht langs de kust, dat lijkt me veiliger vertelde hij, niet dat ik op dit stuk gevaar verwacht maar we moeten overal rekening mee houden.
De dagen erna was het opstijgen, rust, opstijgen, rust, opstijgen kamp opslaan, kamp afbreken, opstijgen, rust, opstijgen, rust en zo ging het maar door.
Het enige wat veranderde was het landschap, dat werd grilliger, je hoorde het ruisen van de zee, je proefde de zilte lucht, verschillende zeevogels vlogen krijsend over ons heen.
We genoten volop van alles wat we zagen, het was in een woord prachtig, ik was met Nick aan de praat die naast me reed, hij vertelde dat deze wereld toch wel heel anders was dan de wereld waarin we normaal leefde.
Voordat ik antwoord kon geven, hoorden we een ruiter in vol galop naderen, onze gesprekken verstomden, Riders trokken hun zwaarden en wachten op bevelen, het was een van de verkenners die aan kwam galopperen, hij stopte bij Theolan en mij.
Buiten adem vertelde hij dat ze op een groepje zwaar bewapende krijgers waren gestoten, die bezig waren hun kamp op te breken, het ging om ongeveer 25 man.
Tja wat moesten we daar mee?, wij waren met veel meer, maar we wilde juist confrontaties uit de weg gaan, dat koste teveel tijd.
Maar hier gaan staan wachten tot ze vertrokken waren koste net zoveel tijd, of misschien wel meer, ik vroeg aan de verkenner of er de mogelijkheid was een omtrekkende beweging te maken, zodat we onze reis voort konden zetten.
De landkaart die we hadden was niet zo gedetailleerd als in onze wereld dus alle kleine weggetjes stonden er niet op, en TomTom kende ze helaas niet in deze wereld.
Theolan en ik staken de koppen bij elkaar voor een kort overleg, we besloten dat beide routes eerst onderzocht moesten worden dus, er werden 4 verkenners vooruit gestuurd, die een korte verkennings rit zouden maken.
Ze hadden een uur de tijd en dan zouden we verder rijden, over de weg, die het beste bij onze reis paste.

Eigenlijk kunnen we het geen wegen noemen omdat het soms kleine smalle paadjes zijn, meestal is er helemaal geen pad, of iets wat er op lijkt.
We keken naar de sterren, bergen, rivieren, bergen en andere aanknopings punten, deze punten stonden in de meeste gevallen wel op onze kaart.
De groepje krijgers zou in de gaten gehouden worden, de verkenners vertrokken, en wij maakte gretig gebruik om even te rusten.
Ik besloot Torin te raadplegen, wie weet wist hij wat te doen, Torin keek me aan mijn zijn mos groene ogen, ik vroeg hem of hij wist welke route we moesten volgen.
Torin vertelde dat hij dan wel heel erg wijs was, maar helaas wist hij het ook niet, mij magie kan niets voor me doen, er zijn delen op deze wereld die mijn magie en kennis als het ware blokkeren, legde hij uit, ik vond het maar allemaal vreemd.
Torin legde me uit dat het op deze wereld heel normaal was, er is veel kwaad maar ook veel goed, en er is veel magie en ook daarvan is er veel goed en kwaad.
Er zijn tovenaars die hun gebied met spreuken en vloeken als het ware beveiligen, of om andere tovenaars te waarschuwen zo in de trant van opzouten dit is van mij.
Er leven vele vreemde wezens en rare volken op deze wereld, daar tussen in leven de mensen van allerlei pluimage, het is heel anders dan in jullie wereld.
We zijn er bijna dat weet ik wel, ik vroeg aan Torin of hij me wat meer kon vertellen over het Volk van Ness.
Torin begon zijn verhaal met ik zal het kort houden, ik knikte bevestigend, en Torin begon aan zijn verhaal.
Het Volk van Ness leefde aan een heel groot meer, dat door de eeuwen is ontstaan, het meer is niet alleen mega groot, maar op sommige plekken heel erg diep, het is omringt door grote bergen.
Er zouden volgens de sagen(volksverhalen) vreemde wezens huizen, die op grote draken leken, toch werden ze op een zeldzame keer na nooit gezien.
In die bergen vinden we vele grotten, niet alleen ontstaan door de tijd, maar ook door mensen handen, in de grotten vonden de mensen vele waardevolle stoffen, zoals bouwstoffen, brandstoffen, en soms werden er ook edelstenen of goud gevonden.
Voor het volk van Ness waren edelstenen en goud niet belangrijk, het volk van Ness was een trots vissersvolk die leefde van de visvangst, en die alleen maar kolen delfde om zich te warmen in de koude winters, en de bouwstoffen diende slechts een doel en dat was om huizen van te bouwen.
Het volk van Ness was dus een hardwerkend volk, die een hard maar gelukkig bestaan leiden.
Hun koning, koning Morogh was altijd goed voor zijn volk geweest, maar helaas hield de koning zich bezig met de verkeerde dingen, zoals zwarte magie koning Morogh trok zijn volk mee langzaam maar zeker naar de verdoemenis, duistere wezens werden de linker en rechterhand van de koning, het volk werd slaaf van hun eigen koning.
De koning vond brandstoffen en bouwstoffen niet belangrijk, maar goud en edelstenen wel, en langzaam maar zeker werd het eens zo trotse vissersvolk, een grauw en kreupel volk van slaven, die de mijnen werden ingejaagd om de rijke stoffen te delven.
En na een tijd werd er niets meer vernomen van het volk van Ness, niemand weet wat er verder met hun gebeurt is.
Een ding is zeker we moeten er heen, om de sleutel te vinden die Koning Morogh eens in zijn bezit had, en met zijn leven zou beschermen.
En daar zijn we naar op zoek, naar de sleutel Heer Khemron, en alleen jij weet hem te vinden.
Voordat ik wilde vragen hoe ik de sleutel zou moeten vinden, ik was er nog nooit geweest, klonk het bevel om op te stijgen, ik reed naar voren en voegde me bij Marieke, Nick en Theolan, er werd me meteen verteld dat de juiste route was gevonden en dat we zouden vertrekken.

 

EINDE HOOFDSTUK 20

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.