All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 19

Ik liep met mijn zwaard in de hand samen met de bevrijde gevangenen naar het middelpunt van het kamp.
Daar aangekomen trof ik Nick die druk met Faolan in gesprek was, hey pap riep hij me toe, hey Nick riep ik terug.
Faolan maakte een diepe buiging naar mij, mijn complimenten heer Khemron, we hebben het kamp in onze handen, het plan was echt perfect geweest de boogschutters hadden de meeste Goff´s al uitgeschakeld toen we het kamp introkken, we hebben een gevangene, de rest is omgekomen.
Morgen zouden we de gevangene wel verhoren, nu was het tijd om onze slaapplaatsen op te zoeken.
Enkele Riders werden aangewezen om het kamp van de Goff’s te bewaken, morgen bij daglicht zouden we het kamp doorzoeken en de gevangenen ondervragen.
De gevangenen kregen nog wat te eten en te drinken, de Goff’s waren geen goede gast heren geweest, en de gevangenen hadden dus erge dorst en knorrende magen.
Een uurtje later was het overal rustig, ik lag op de rug in mijn slaapzak een beetje naar boven te turen, ik kon de slaap niet vatten, er spookte nog van alles door mijn hoofd, we hadden toch wat moorden op ons geweten.
Enkele Riders hadden me wel verteld hoe wreed Goof’s wel niet waren en hoeveel bloed er wel niet aan hun handen kleefde maar toch, er kleefde nu ook bloed aan onze handen.
Voor mij waren deze zaken erg moeilijk, ik besloot uit mijn rugzak te kruipen en mijn benen te strekken, ik kon toch niet slapen.
Ik wandelde rustig richting het midden van het kamp, waar een rustig vuurtje nog wat na smeulde, ik pakte een blok hout die ik op het vuur     gooide.
Ik ging met mijn rug tegen een paaltje zitten en keek naar het vuurtje die langzaam maar zeker weer oplaaide, door de nieuwe brandstof die ik hem gegeven had.
Het kijken naar vlammen vind ik altijd weer boeiend, de grillige vlammen, die een heerlijke warmte verspreiden, je gedachten zweven dan weg in een vage wereld.
Mmm heerlijk, nadat ik zo een tijdje voor me uit had zitten te turen hoorde ik iemand naderen, een Rider die wacht had gelopen kwam naar me toe lopen, en ging naast me zitten, nadat hij een veldfles met drinken had gepakt, hij hield me de veldfles voor, ik knikte van nee, hij schroefde de dop eraf en nam een flinke slok.
Het is heerlijk rustig vertelde hij, bijna te rustig, mijn wacht zit erop, een andere Rider heeft mijn taak overgenomen.
Ik vroeg of hij deze nacht nog problemen verwachte dan, omdat hij het zo verdacht rustig vond.
Ik vroeg hoe hij heette en of hij ook een vrouw en kinderen had, hij vertelde dat hij Leolan heette en dat hij geen vrouw en ook geen kinderen had, als Rider ben je altijd op pad, en dan is het stichten van een gezin iets dat later nog wel komt.
Je bent nog jong Leolan je hebt nog tijd genoeg.

Ik vind het wel verdacht rustig Heer Khemron, luister maar eens goed wat hoort u dan vroeg hij aan mij.
Ik spitste mijn oren, even later bekende ik dat het inderdaad wel heel erg stil was, in onze wereld is het nooit stil, er is altijd wel wat te horen, legde ik aan Leolan uit.
Maar omdat dit voor mij een heel andere wereld is zocht ik er niets achter, maar de Leolan is hier geboren in deze wereld dus hij zou het wel weten.
Er is geen nachtvogel te horen, helemaal niets, en dat vind ik zo vreemd, er is altijd geluid in de nacht.
Ja dan is het inderdaad wel erg vreemd, ik dacht een moment na, zullen we samen een rondje om het kamp maken vroeg ik aan de Rider, ik pak dan even een paar Infrarood kijkers.
Leolan knikte dat het in orde was, ik liep naar mijn tent pakte twee infraroodkijkers en liep weer terug naar de Leolan.
Langzaam wandelde we richting buitencirkel van het kamp, om vervolgens aan onze ronde om het kamp te beginnen, ik zette mijn infraroodkijker voor mijn ogen, Leolan volgde mijn voorbeeld en we begonnen onze wandeling.
We tuurde beide de omgeving af, we keken in de verte, maar er was niets te zien.
Toen we ruim halverwege waren, dacht ik in de verte iets te zien, een witte gloed, de kleuren van de nachtkijker zijn een soort groen tinten, en iets warms is dan lichtgroen.
Ik meende dus een lichtgroene gloed te zien in de verte, ik wees Leolan erop en ook hij zag het.
Het zou een kampvuur kunnen zijn of een andere warmte bron, maar toch lijkt het me een goed idee om het in de gaten te houden of op onderzoek uit te gaan, wat denk jij vroeg ik aan Leolan.
Als het een kampvuur is betekent dat, dat er ook volk is, wat vriend of vijand kan betekenen, we besloten Faolan te raadplegen, hij was de leider van de Rijders.
We keerde om en liepen richting Kamp, richting slaapplaats van Faolan, die binnen een mum van tijd naast zijn bed stond, en mee liep naar de plaats waar wij dachten iets gezien te hebben.
Na een tijdje door de kijker te hebben getuurd, zag je Faolan denken, het is nog een paar uur donker, we hebben dus een paar opties, we breken dit kamp op en trekken verder, of we sturen er een paar verkenners op af en zoeken uit wat het is.
Als we vertrekken, is het mogelijk dat ze ons achterna komen, het lijkt me beter om uit te zoeken wie of wat het zijn, het is dan makkelijker om onze keuzes daar op af te stemmen.
Een van de Riders die op wacht stond kreeg een paar bevelen, even later staan er twee Riders klaar met hun paarden om op onderzoek uit te gaan, ik gaf ze een infrarood kijker mee, en met het advies om voorzichtig te zijn verdwenen ze in het donker.
Van slapen kwam nu niet veel meer we waren in afwachting van wat de twee Riders ons zouden vertellen, de tijd leek wel eeuwig te duren.
Net voordat de zon zijn eerste stralen tevoorschijn zou toveren, kwamen beide Riders het kamp binnenrijden.
We waren natuurlijk erg nieuwsgierig van wat ze ons te vertellen hadden.
Even later zaten we bij elkaar, en een van de Riders stak van wal, hij vertelde dat ze voorzichtig naar de plek gereden waren die we door onze kijkers hadden gezien, op een afstand van 200 meter hadden ze de paarden achter gelaten en waren ze te voet verder gelopen en het allerlaatste stukje zijn we gekropen.
We vonden een prachtig plekje tussen een paar grote rotsblokken, door de Infrarood kijkers zagen we slaven handelaars, er stonden een stuk of tien tenten in een grote ronde cirkel, met in het midden enkele palen in de grond, waaraan tientallen slaven stonden vast geketend, mannen, vrouwen en zelf kinderen.
Volgens ons was het een verzamelplek, waar de slaven bij elkaar werden verzameld om dan later verkocht te worden.
Maar we kunnen het mis hebben, maar het leek er op dat ze nog niet van plan zijn te vertrekken.
Hoeveel bewakers waren er ?vroeg ik, en hoe waren ze bewapend?, we denken dat er ongeveer 15 bewakers waren, en dan zitten we er niet ver naast die infrarood kijkers zijn echt super.
Er kwam een trotse glimlach op mijn mond, hoe is het eigenlijk met die drie mensen die wij bevrijd hebben vroeg ik, misschien weten zei wat meer.
Even later stonden de drie met knipperende ogen in onze tent, zo lig je te slapen en zo sta je in een tent, maar het was voor een goed doel, en ze waren ons meer dan dankbaar dus, maar er kwam geen klacht over hun lippen.
Ik legde hun uit wat er aan de hand was, wat we gezien hadden, ik vroeg hun of zei er wat van wisten, een van de drie vertelde dat ze waarschijnlijk naar een verzamel punt werden gebracht, om later te worden verkocht, om slaven arbeid te verrichten.
Dit punt klopte dus in onze vermoedens, dat ze verzameld werden op de plek die wij afgelopen nacht hadden bespioneerd.
Ik vroeg waar ze wegkwamen, ze vertelde dat ze waren overvallen door de Goff’s, en dat ze toen mee zijn genomen, de Goff’s wilde ze verkopen aan de slavenhandelaars, maar zo ver was het gelukkig niet gekomen.
Ze waren ons meer dan dankbaar, ik vroeg of er meer mensen van hun volk gevangen genomen waren, maar dat konden ze niet bevestigen, we weten niet wat er gebeurt is, vertelde ze met een treurige blik, wij zijn hard werkende boeren die niemand kwaad doen.
Na ons gesprek hadden we overleg, Faolan wilde verder richting Ness, maar ik wilde die gevangenen bevrijden, we zijn met velen tegen 15 slavenhandelaars, we maken er korte metten mee, we maken van hun slaven.
Dat kan geen lange operatie zijn vertelde ik, we vallen aan uit vier richtingen stelde ik voor.
Faolan zag aan mij dat ik voet bij stuk zou houden, een ogenblik dacht hij na, als we het doen moeten we binnen 2 uur aanvallen anders is het te laat, ik zeg zo zal het zijn.
Je kon zien dat Faolan een goede leider was, binnen een paar tellen was alles op de been, waren de paarden gezadeld van de 100 Riders zouden er zo’n 80 deelnemen aan de aanval.
Even later vertrokken we, Marieke en Nick bleven in het Kamp, ik reed samen met Faolan aan kop, het zou niet lang duren voordat het helemaal licht zou zijn dus een beetje haast was er wel.
Even later splitste de groep zich in vier delen, gelukkig was iedereen bekent met de moderne middelen, dus elke groep had een Walkie Talkie, een klein half uurtje later was iedereen op zijn plek aangekomen, klaar voor de aanval, er was gekozen voor een rustige aanval, de Riders zouden tegelijk uit vier richtingen het kamp binnen vallen en proberen om alle slaven handelaars gevangen te nemen.

 

 

 

EINDE HOOFDSTUK 19

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.