All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 17

Na de eerste vier Riders was ik aan de beurt, Faolan vertelde me dat ik recht uit moest lopen, en meer hoefde ik niet te doen.
De aangestoken fakkels veroorzaakte gaven een vreemd licht, en er kwam een vieze rook vanaf, maar het was toch een stuk veiliger in deze donkere gang.
Ik volgde de laatste Rider en liep ook met mijn paard naar binnen, er hing een vreemde muffe lucht, na enkele meters veranderde de donkere gang in een mistig blauwe gloed.

Er ging een vreemd gevoel door me heen, niet een eng gevoel maar een soort tintelingen die je overal voelde.
Voor me zag ik een ronde heldere cirkel, het was een lange tunnel waar we door liepen, en elke meter die we vooruit kwamen voelde je dat alles veranderde, we liepen met onze paarden aan de teugels in een rustige pas.
In lange ganzenmars, richting de witte cirkel die we in de verte zagen en die langzaam maar zeker dichterbij kwam.
Hoe lang we zo gelopen hebben weet ik niet, maar na een tijd zagen we de eerste zonnestralen de uitgang van de grot verlichten.
Even later stonden we buiten, en om ons heen bergen, bossen en weiden, een prachtig landschap was het, en heel anders dan die ik kende.
Voor me liepen nog steeds de vier Riders, we liepen ongeveer 25 meter door en werd er gestopt, ik keek achter me, ik keek achter me en zag dat Marieke en Nick en de andere Riders ons netjes volgden.
Binnen een minuut of 10 stonden we allemaal bij elkaar, Faolan legde uit dat we mogelijkheden hadden, of we zouden hier een korte stop houden, of we reden door naar het basis kamp.
Het basis kamp was ongeveer twee uur rijden vanaf hier, daar konden we beter rusten omdat er slaapplaatsen waren en ook warm voedsel.

De Riders zouden het liefst doorrijden naar het kamp, en ik sloot me er bij aan, we rijden zeg ik.
Even later waren we op weg naar het kamp, we genoten met volle teugen van de prachtige natuur, die ik zelden zo mooi had gezien.
Na een lange rit, die geen minuut verveelde, zagen we in de verte het kamp liggen, ik had een klein kampje verwacht maar dit was toch wel een kamp van flinke afmetingen vond ik.

Hoe dichter we erbij kwamen des te kleurrijker het werd, bonte vlaggen met gouden draken.
Overal was het kamp in beweging, ik zag Riders met bogen op doelen schieten, zwaardvechtende Riders, kortom overal werd getraind en geoefend.
Ik vond het wel een mooi gezicht, we waren ineens in een heel andere tijd.
We werden als helden ontvangen terwijl we nog niets gedaan hadden, in mijn wereld zou ik vast de hele dag handtekeningen uit hebben gedeeld.
We reden naar een grote tent die helemaal midden in het kamp stond, hier verblijven we de komende tijd legde Faolan uit.
Faolan wees ons een grote tent aan, die ons verblijf zou worden voor de komende dagen.
Na een paar uurtjes hadden we ons gesetteld, en de rest van de dag waren we bezig met van alles en nog wat, we verkende het kamp, maakte kennis met vele Riders, aten en dronken wat, en genoten met volle teugen over de prachtige dingen die we zagen.
Dingen die met geen pen uit te leggen viel, vele kleuren en geuren, in deze voor ons nieuwe en prachtige omgeving.
Toen we avonds bij het kampvuur zaten en genoten van de heerlijke warmte, kwam Faolan bij ons, morgen hebben we een rust dag, we zouden daar maar flink van genieten, omdat het de dag erna voorbij zou zijn.
Ik vroeg gaat de reis beginnen, nee jullie training gaat beginnen, vertelde hij.
Training? Vroeg ik verbaast, welke training?, had ik dat niet verteld zei Faolan.
Jullie krijgen een training voordat we vertrekken, orders van Torin, als ik met jullie klaar ben zijn jullie expert in zwaard vechten, boogschieten, paardrijden, en nog meer van die dingen.
Ik keek hem verbaast aan, ik dacht een ogenblik na, ja mompelde ik, dat is misschien ook wel beter.
Ik heb een schema gemaakt, die jullie elke dag moeten volgen, het zal een hard leven zijn maar voor jullie eigen best wil, we weten namelijk niet wat er ons boven het hoofd hangt, legde Faolan uit.
Morgen hebben jullie nog een dag voor je zelf, geniet er maar, het is jullie laatste vrije dag.
Ik dacht bij mezelf dat het nog wel mee zou vallen, maar twee dagen later kwam ik er achter wat Faolan bedoelde met training.
We werden al vroeg uit ons bed getrommeld, we moesten rennen, vechten, boogschieten, zwaard training, messen werpen, en nog heel veel meer.
De komende weken ging het maar door en maar door, training, training en nog eens training, dag in en dag uit.
De eerste dagen was het alleen maar pijn en afzien, na een week ging het al beter, en na twee weken nog beter, mijn conditie was al flink verbeterd.
Weken later voelde ik me sterker dan ooit, en voelde me al een Rider.
Ook Marieke en Nick waren getraind, en Marieke was al expert in het boogschieten, en Nick hanteerde het zwaard alsof hij het al jaren deed, ook paardrijden vonden ze beide prachtig.
Ik zou bijna mijn kinderen niet terug kennen, ze waren zo veranderd, en dan in die prachtige kleding.
Gisteren hadden we samen met de Riders een brug gebouwd, waar zelfs de paarden over konden, vandaag stonden we voor een steile wand, Faolan wees naar boven daar moeten we naar toe.
Ik keek hem een beetje ongelovig aan, ik keek nog een keer naar boven, nou dat word dan een hele klus, en dat zonder moderne uitrusting, zei ik tegen iedereen die het wilde horen.

Maar een uurtje later waren we al halverwege, het was erg zwaar meer wel te doen, door de training die we elke dag hadden, waren we toch een stuk sterker geworden, sterker dan ik had gedacht.
Lening kropen we naar boven, gebruik makend van iedere kier, en het duurde dan ook niet echt lang of we stonden met een wel heel goed gevoel boven op de platte berg.
Ik keek wel een beetje vreemd op, toen achter ons een paar Riders met de paarden kwamen aan lopen, de berg was van de achterkant gemakkelijk te bereiken.
Niet alleen Marieke, Nick en ik kregen training, enkele Riders kregen ook training maar dan van ons, we hadden diverse technische snufjes meegenomen.
Enkele infrarood kijker, Walkie Talkies, alarmpistolen en nog meer van die dingen.
We hadden er helaas niet aan gedacht dat er in deze wereld geen satellieten in de lucht hingen dus onze mobiele telefoons werkten niet, maar de Walkie Talkies deden het des te beter.
Later die middag vertelde Faolan dat de training er bijna op zat, en dat we ons vanaf vandaag bezig zouden houden met de missie die voor ons lag.
Torin het grote boek hoefde we niet meer te openen, het gezicht die langzaam maar zeker in de kaft verscheen, ziet er nu echt uit als een boomgezicht, met twee mos kleurige ogen en een mond, de neus ziet eruit als een afgezaagde tak.
Deze moskleurige ogen die je droevig aankijken, en met een krakende maar toch heldere stem kan hij prachtig vertellen, je hoort dat Torin een wijs man was geweest toen hij nog leefde, maar nu is het boek wijzer dan ooit.
De volgende dag hing er een grote landkaart ik schatte twee meter breed, en een meter hoog.
De kaart hing in het hoofdkwartier, het zag er anders uit dan de landkaarten die ik kende, het leek meer op een antieke kaart uit verloren tijden, en vergeelde schatkaart die piraten altijd gebruikte om hun schatten mee te zoeken, alleen het kruisje van hier ligt de schat ontbrak op deze grote kaart.
Overal stonden vreemde tekens, aandachtig keek ik er naar, ondanks dat het een oude kaart was, zag hij er prachtig uit.
Faolan legde uit dat bij elk symbool een volk hoorde, op deze wereld leven vele volken, enkele zijn er niet meer, en anderen zijn opgegaan in andere volken.
Wat weet jij van het volk van Ness?, vroeg ik aan Faolan.
Het volk van Ness?, ehm, ik weet dat het volk van Ness een volk was die leefde van de visserij, het aller vreemde is dat geen mens weet waar ze gebleven zijn.
Ineens was het alsof ze van de aardbodem waren verdwenen, veel volkeren denken dat het te maken heeft met de duistere krachten, anderen denken weer aan ziektes.
Maar waar ze daadwerkelijk gebleven zijn weet geen enkel wezen.

Een ziener heeft gezien dat het volk van Ness nog leeft, maar dat geloofd geen enkel wezen, omdat ze al jaren en jaren niet meer zijn gezien.

Het volk van Ness leefde in een ruige streek, veel bergen en diepe dalen die onder water stonden, volgens velen leefde er in de wateren om het volk van Ness duistere wezens.
Deze wezens, of beter gezegd deze monsters, werden aanbeden door het volk van Ness, waarschijnlijk is dat hun einde geworden.

Een ding is zeker, en dat is dat ze in een ruig gebied woonde, de koning van Ness, was een koning die zich langzaam maar zeker naar de duistere kant bewoog.
Gelukkig voor ons heeft hij zijn deel van de sleutel verborgen voordat zijn geest langzaam maar zeker verdorde.

Toen hij eenmaal aan de duistere kant stond kon hij zich niet meer herinneren wat er in zijn normale leven was gebeurd, wie weet heeft hij zijn volk wel mee de ingetrokken, maar niemand weet het.

Weet je wel waar we naar toe moeten? vroeg ik aan Faolan, ja!! ik weet welke richting we uitmoeten, en dat is dan ook alles wat ik weet.
Ik zal ons er naar toe lijden, de rest is aan u.
Ik voelde me wel vereerd maar, aan de andere kant was ik er ook niet blij mee dat er zoveel verantwoording op mijn schouders ruste.
Onze training zat erop, Torin riep me tot zich, ik hoefde het boek niet meer te openen, het gezicht op het boek sprak nu.
Khemron, sprak Torin tot me, de tijd is gekomen om aan de missie te beginnen, vertrek met de Riders naar het volk van Ness, het verloren volk van Ness.
Zoek daar het verloren deel van de sleutel, die daar lang geleden is verborgen.
De komende dagen werden besteed aan het pakken, en de nodige proviand werd ingeslagen, bij een dorp verderop.
Op de dag van vertrek weren de pakpaarden beladen, de resten van het kamp werden verbrand.
Een klein uurtje later klonk het sein opstijgen, en begon onze reis naar het volk van Ness.

 

EINDE HOOFDSTUK 17

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.