All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 14

Er hing veel van deze kist af, als we hem niet zouden vinden, dan zouden we met de volgende volle maan hier weer naar toe moeten, en dit net zo lang tot we de kist hadden gevonden.
Hier moet het zijn, ik wees naar zwaard nummer drie, dit is het punt waar drie lijnen bij elkaar komen.
Ik rukte het zwaard uit de grond, om hem vervolgens er weer in te drukken, maar dan iets er naast, en hetzelfde herhaalde ik meerdere malen.
Tot ik hem er weer instak en de punt van het zwaard iets raakte, het kan een steen zijn mompelde ik, maar als ik me niet vergis moet het hier liggen.
Wat moet hier liggen vroeg Faolan, de sleutel moet hier liggen, we moeten hier graven we hebben een sleutel nodig omdat we zonder sleutel niet bij de kist komen.
Je hebt toevallig geen schop bij je? Vroeg ik aan Faolan, nee dat had hij dus niet en ook de anderen hadden geen schop.
Dan maar met de handen, we gingen beide knieën, met behulp van een groot mes verwijderden we de aarde, we hoeven gelukkig niet zo diep zei ik.
Het duurde dan ook niet lang en we waren op de juiste diepte aan gekomen, en op die diepte vonden we de sleutel, die dezelfde vorm had als de sleutel op de boom.
Ik schoof de aarde weer terug in het gat zodat niemand zijn benen zou breken zo in het schemerlicht.
En liep vervolgens haastig naar de boom, daar drukte ik de sleutel op zijn zijkant in de sleutel opening van de boom, ik drukte hem stevig aan tot ik een doffe klik hoorde.
Plotseling verscheen er een deur helemaal uit het niets, zo in eens was hij er, we waren allemaal ineens in juich stemming, ik opende de deur, scheen met de zaklamp naar binnen.
En daar stond hij een grote houten kist die met metaal beslagen was, een stoere uitziende kist.
Plotseling scheen Faolan haast te krijgen, enkele commando’s volgden, vier riders kwamen aan gelopen, pakte de kist en sleepte hem naar buiten.
Ik scheen nog een keer naar binnen, maar er was niets te zien, ik sloot de deur die meteen weer verdween, zodat er helemaal niets meer te zien was.
De sleutel viel op de grond, die ik oppakte en in mijn zak stak, en ook het sleutelgat was ineens verdwenen.
De vier riders namen de kist en sjouwde hem naar de open ruimte, even later kwam er een rider met een paard aan lopen, ik begreep meteen waarom we een paard teveel bij ons hadden, het was geen rijpaard maar een pakpaard.
De kist werd op het pakpaard gehesen en helemaal vast gesjord er werd een deken overheen gegooid die mee gesjord werd zodat de kist niet meer te zien was.
De riders werden door Faolan bij elkaar geroepen, we hebben de kist en moeten er nu mee terug, en ik ban bang dat onze terug weg niet zo gemakkelijk zal gaan.
We hebben nu immers de kist, en wij zijn niet de enige die daar in geïnteresseerd zijn, laten we extra op letten, Khemron en de kist moeten veilig de thuishaven bereiken.
Er werden nog enkele dingen besproken, en toen liepen we weer naar de plak waar de rest van de paarden stond, we hebben nog een paar uur tot het licht word.
Dan zullen we een schuilplaats moeten zoeken, we mogen niet gezien worden, we passen niet in deze mensen wereld, dus we reizen alleen in het donker.
Ik vond het prima ik voelde nu de vermoeidheid al, even later kwamen we bij de paarden, daar was alles erg rustig en er was geen onraad geweest.
Binnen 5 minuten klonk het bevel opstijgen.
Langzaam kwam de zon te voorschijn, een van de verkenners kwam terug met de mededeling dat ze een schuilplaats gevonden hadden.
Deze schuilplaats bereikten we even later, even later waren enkele riders bezig een soort kamp te maken, waar we konden bivakkeren tot het weer donker zou worden.
Het werd een heerlijk rustig dagje, ik leek wel of ik ergens op een camping zat, in mijn slaapzak had ik nog een paar uur geslapen, en langzaam maar kwam de avond, ook deze dag verliep geheel zonder problemen, Faolan had me al een paar keer gezegd dat de terugweg niet zo vlekkeloos zou verlopen, de Kobolden hadden nu de kans en die zouden ze zeker niet laten lopen.
Het kamp werd opgebroken de paarden werden gezadeld, de kist werd weer op het pakpaard gehesen, en vastgesjord, en even later waren we klaar voor vertrek.
Voordat we vertrokken kwam Faolan bij me, ik heb hier een zwaard voor je, je weet maar nooit, mijn riders zullen er alles aan doen om me je beschermen.
Onze grootste angst is het bos waar we straks door moeten, we hadden op de heenweg al het gevoel dat het daar ging gebeuren, maar toen hebben ze ons met rust gelaten, maar dat zullen ze nu zeker niet meer doen.
Over ongeveer drie kwartier zullen we er zijn, we stoppen iets eerder om onze tactiek nog een keer door te nemen.
Even later klonk het bevel tot opstijgen en vertrek.
Ik vond het prachtig op zo’n groot zwart paard en ik genoot met volle teugen.
Zoals Faolan al voorspeld had, ongeveer drie kwartier later klonk het bevel tot stoppen, en afstappen, Faolan kwam meteen naar me toe, we zijn er bijna, het bos ligt op ongeveer 200 meter voor ons, we moeten het zonder het licht van de maan doen, en daar ben ik niet blij mee.
Het donker kan in ons voordeel zijn, maar ook in ons nadeel, Kobolden zien beter in het donker dan wij riders.
Plotseling schoot het me te binnen dat ik mijn nieuwe kijker mee had genomen, ik deed mijn rugzak af, rommelde er even in en haalde het ding te voorschijn.
Ik had een versie waar batterijen in zaten die het infrarood licht flink versterkten, het zicht was daarmee ongeveer 200 meter, ik zag alles wat maar iets warmte afgaf.
Faolan die mij aankeek en naar mijn infrarood kijker, wat is dat voor een ding? vroeg hij, ik legde hem uit wat het was, er kwam een brede glimlach op zijn gezicht.
Even zag ik hem denken, Khemron ik heb een idee, en ik zal het je uit leggen, je vertelde net dat je in het donker door dit voorwerp kunt zien, ja knikte ik, alleen alles wat warmte afgeeft toch?
Ik legde nog een keer uit hoe de kijker werkte, en dat alles wat maar iets warmte afgeeft, te zien is met deze kijker, dat kan een dier zijn, een mens, maar ook een lamp, vuur, alles wat maar iets warmte afgeeft.
Ik keek door de kijker en zag verderop in het weiland een konijn of haasje zitten, ik gaf de kijker aan Faolan, legde hem uit waar hij ongeveer moest kijken, ik zie het vertelde hij even later opgewonden.
Maar dat is een super wapen vond hij, nou je kunt er niemand mee doden, je kunt er alleen maar doorheen kijken hoor, zei ik.
Ik heb een idee, hij vertelde me dat onder de riders enkele uitmuntende boogschutters waren, die alles konden raken wat ze maar wilde.
Stel!, ging hij verder, stel dat een  boogschutter met de kijker voor zijn ogen een Kobold ziet in het donker, dan kan hij zijn boog spannen aanleggen en het dan raken.
Ik begreep wat Faolan bedoelde, en ik vond het een super idee, iemand moest dan we de kijker vasthouden omdat de schutter beide handen nodig heeft om zijn pijl af te schieten.
Faolan, gaf enkele orders en binnen een paar seconden stonden er twee riders met hun boog voorons, Faolan legde aan hun uit hoe de kijker werkte, ik vulde het hier en daar nog wat aan, even later snorde een pijl naar zijn doel.
Het doel, een paal een stuk verderop werd door de pijl geraakt, we konden dat niet zien, maar de schutter vertelde het, er werden nog een paar pijlen verschoten.
Ik ben er klaar voor, het was Sheridan, die de pijlen had verschoten.
Sheridan en Donegal zouden vooruit gaan met de kijker, op zoek naar de vijand die ze dan zonder zelf gezien te worden konden uitschakelen.
We zouden lopend door het bos gaan, de twee riders met de kijker en hun bogen voorop, dan weer twee riders, twee riders zouden bij mij blijven, en de rij werd afgesloten door de overgebleven riders.
We zouden zo stil mogelijk, vooruit gaan, met getrokken zwaarden begonnen we de moeilijke tocht.
Een later klonk er een gesmoorde gil, gevolgd door een luid gekraak, even later weer, gevolgd door het kletteren van zwaarden.
Toen werd het stil, even later werd de stilte doorbroken door het geluid van een nachtvogel, even later kwamen we weer in beweging, langzaam gingen we vooruit.
Het nauwe bospad waardoor we moesten was ongeveer 500 meter lang, daarna kregen we weer open vlaktes.
Ik hoorde voor ons ineens een vreselijk gil, een gil die door je door merg en been ging, wat een vreselijk geluid, gevolgd door de schreeuw van een vogel, dit keer herkende ik het geluid niet.
Twee riders die voor me rende als gestoken ineens naar voren, terwijl ik me zat af te vragen wat er aan de hand was, kregen we het bevel om weer door te gaan.
Een paar keer hoorde ik nog een gil in de verte maar, voor de rest bleef het wel erg stil.
Even later lieten we het bos achter ons, het stemde me positief, het ergste lieten we achter ons, nu kregen we open vlaktes, en dat is een stuk veiliger, had Faolan me verteld.
Een paar honderd meter na het bos, kregen we het bevel om weer op te stijgen, en even later ging het met een vlotte pas vooruit.
Faolan kwam even later naast me rijden en deed verslag over wat er gebeurd was, we zijn je meer dan dankbaar Khemron, die kijker van jou heeft ons erg veel ellende bespaard, we hebben tientallen Imp´s uit de boom geschoten.
Imp´s?, vroeg ik wat zijn dat, ik heb er nog nooit van gehoord.
Imp’s zijn wezens die waarschijnlijk door de Kobolden zijn ingehuurd, omdat het duivelse krijger zijn die zich vooral in de bomen thuis voelen, en ook altijd vanuit de bomen aanvallen uitvoeren op onschuldige mensen.
Op open vlaktes zijn ze zwak, ze zijn ongeveer 80 cm hoog, en hebben een duivelse kop, we hebben er een gevangen genomen, als we weer bij de basis zijn dan zullen we hem verhoren.
Dan kun je hem zien, het zijn pittige dingen, en bijna niet te zien in de bomen, maar jouw kijker is echt een super wapen, we waren er zeker niet zonder kleerscheuren van af gekomen.

EINDE HOOFDSTUK 14

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.