All for Joomla All for Webmasters

Hoofdstuk 12

Een beetje gespannen liep ik door de kamer te ijsberen, morgen zou ik naar het zwarte woud gaan, met drie kabouters strijders die nog moeten komen, wie weet hebben ze wel grote hakmessen, brrr, het idee alleen al.

Plotseling voelde ik de drang om, Torin het boek te pakken en er in te gaan lezen.
Toen ik even later op de stoel zat met Torin in mijn handen, en ik het boek opensloeg, kreeg ik het volgende te lezen.

Beste Khemron

Vanavond op 22:10 uur zullen de strijders verschijnen ze zijn onderweg naar jullie toe, ze weten wat ze moeten doen, en ze staan onder jouw commando.
Morgen krijg je de instructies te lezen, voor de reis naar het grijze woud, nu moet je de volgende vier zinnetjes drie keer lezen, niet minder en niet vaker, drie keer, elk woord moet drie keer gelezen worden.


I amar prestar aen, han mathon ne nen,

Han mathon ne chae a han nosthon ne ‘willith

Onwain yrch na qualin yrch,

Im uva hilde la ana gurth a tar.

 

Nadat ik deze vier zinnen met uiterste aandacht had gelezen, en dat niet een keer maar drie keer, kreeg ik een vreemd gevoel over me heen, ik voelde me sterker en zekerder, maar dat zou ik me vast verbeelden.

 

Deze zinnen zullen je bepaalde gave’s geven die een zoeker nodig heeft, maar dat zul je de komende dagen wel merken.
Over een paar uur zul je kennis maken met de strijders, vier strijders zullen zich vanavond al bij je voegen, de rest van de strijders wacht bij de poort.
De strijders zullen de vier windrichtingen bewaken, en morgen avond zullen ze begeleiden naar het grijze woud, waar je de kist van Grammar zult moeten vinden, zonder die kist kunnen we niet vertrekken en moeten we wachten op de volgende volle maan, net zo lang tot de kist gevonden is.
We hopen dat het sluimerende dat in je zit wakker wordt en je gaat helpen.
Rust veel, het zal je goed doen, als de strijders op wacht staan, is het tijd om te rusten, je zult naast je bed een flesje vinden met een drankje, drink dat op tot de laatste druppel en ga dan slapen.
Morgen zul je lezen hoe het verder zal gaan.
Slaap lekker Khemron.


Afz. Torin

Ik besloot na het lezen van het boek, een glas wijn te drinken en lekker achterover in mijn stoel te gaan liggen.
Het lezen in Torin kost altijd veel energie vond ik, nadat ik mezelf een glas rode wijn had in geschonken, en heerlijk achterover er van lag te genieten, bedacht ik me dat het toch al bijna 22:00 uur moest zijn.
Ik keek achterom naar een klein klokje wat er stond, en inderdaad het was al 22:00 uur geweest.

De spanning was toch wel aanwezig, 4 strijders die tot in de puntjes getraind waren, krijgsmannen, ik besloot maar naar buiten te gaan om ze te ontvangen.
Net toen ik de deur wilde openen ging hij als vanzelf open, Daron was het, ik draaide me om en liep weer terug naar de kamer.
Daron liep achter me aan, Henk zo begon hij, ik wil je even voorstellen aan de vier strijders die je gaan bewaken.
Ik draaide me om, en keek meer dan verbaast naar Daron en toen omhoog, achter Daron stonden vier slanke, lange en jong uitziende mannen, in prachtige kleding.
Allen hadden een boog op de rug hangen en een lang zwaard aan hun middel hangen, hun armen waren gekruist voor hun borst.

Alsof ze een stil commando kregen, bogen ze alle vier tegelijk, maar ze bleven me aankijken.
Ik boog ook zonder daar bij na te denken, welkom in mijn huis strijders.

Toen boog de eerste nog een keer, ik ben Faolan uw dienaar, toen volgde de tweede met de naam Donegal, de derde was Daray en de vierde Sheridan.

Ik had dikke stoer en gevaarlijk uitziende dwergen verwacht, maar dit was toch wel even heel anders, en ik was er zeker niet teleurgesteld, met deze strijders durfde ik wel op pad.

Ze waren echt tot de tanden toe bewapend, en bang zagen ze er ook niet uit.
Faolan was de baas van de vier, dat zag je zo, hij was dan ook degene die het woord nam, en vertelde dat ze klaar waren om het huis te bewaken.
Ze zouden straks hun positie innemen, Daron zou met hun mee gaan en als bode fungeren.
Faolan nam alles nog een keertje door met zijn mannen voor dat ze naar buiten gingen, nadat ze me een goede nacht hadden gewenst, vertrokken ze.
En ik besloot ook te vertrekken, de kinderen sliepen al, en het was ook de hoogste tijd voor mij, op mijn kamer aangekomen zag ik een flesje staan.
Torin had me opgedragen het flesje tot de laatste druppel op te drinken wat ik dan ook deed, echt smerig was het niet, het smaakte naar kruiden, maar met een vreemd nasmaakje dat op pindakaas leek.
Ik draaide me om en viel al snel in slaap.

Toen ik de volgende dag wakker werd had ik nog steeds de smaak van pindakaas in mijn mond, ik had een helder en sterk gevoel in mijn hoofd, in mijn hele lichaam eigenlijk, ik had echt een super gevoel.
In een tempo die ik niet van mezelf gewent was, stond ik beneden.
Ik liep naar de badkamer en kleedde me uit, en klaar om onder de douche te springen.
Toen mijn boven lichaam ontbloot was, het viel me ineens op dat mijn buikje die ik had, weg was en er nu weer lekker strak uit zag.
Huhh, ik leek wel in een ander lichaam te zitten ontdekte ik, ik herkende me zelf niet meer, alleen mijn gezicht was nog de oude leek het wel.
Nadat ik onder de douche vandaan kwam voelde ik me nog energieker dan ik ooit was geweest, ik voelde me sterk en lenig, wat me wel beviel.
Na een ontbijt wat ik normaal in twee dagen at, liep ik naar buiten om eens te kijken hoe het met de strijders was, en natuurlijk met Daron.

Het duurde niet lang of ik vond de eerste strijder, die meteen met gekruiste armen voor me boog, met de woorden goedemorgen heer Khemron.
Ik boog maar terug en wenste hem ook een goede morgen.
Dat mijn naam Henk was liet ik nu maar achterwege, ik zou er mee aan de gang blijven dacht ik bij me zelf.
Of was het meer omdat ik de naam nu niet meer vreemd vond, en ik voelde dat die naam echt bij me hoorde.
Ik informeerde hoe de nacht was verlopen, er waren een paar Kobolden gezien, maar ze durfden niet dichterbij te komen, ze hadden geen strijders verwacht, en Kobolten waren op de hoogte van de krachten van de strijders, vele Kobolden waren er al door hun gedood in diverse oorlogen, samen met Orks en andere wezens.

Maar nu was het dag en durfde de Kobolden niet dichterbij te komen, dus de strijders gingen eten en daarna slapen, vanavond zouden we dan samen naar het grijze woud gaan om de kist van Grammar te zoeken.

Ik had nog wel een kamer die groot genoeg was voor de strijders, en dat vonden ze prima.

Een uurtje later was de rust na de etende en pratende strijders weer terug gekeerd, ze zouden vast al slapen dacht ik.

Ik besloot de rommel maar eens op te ruimen, en de huishouding even bij te werken, ik liep een beetje achter, door alles wat er gebeurd was.
De dag verliep zonder vreemde dingen, ik was er klaar voor, klaar voor de reis naar het grijze woud.
De avond was gekomen en we zaten met een hele groep aan tafel, ik vond het wel een beetje vreemd om voor elfenstrijders te koken, maar het viel allemaal in de smaak.
Ik kreeg nog een uur om mezelf voor te bereiden, ik besloot extra warme kleding aan te trekken, het zou een koude nachtelijke tocht worden.

Ik zocht mijn zaklamp en wat andere dingen bij elkaar die ik misschien nodig zou kunnen hebben, ik besloot mijn nieuwe infrarood kijker mee te nemen handig voor in het donker.
Toen ik alles bij elkaar had, en alles in mijn rugzak zat te stouwen, zat ik me af te vragen hoe we naar het grijze woud zouden gaan, ik ga er van uit dat elfen niet in een auto rijden, of vliegen, vleugels hadden ze niet, dus ik was erg benieuwd.
Keurig op tijd stond ik klaar in mijn warme outfit en een gevulde rugzak, de vier strijders hadden er zin ik, tja dacht ik nog daarom zijn het strijders.
Faolan, keek me aan, het is tijd zegt hij, en draait zich om, we liepen met ons allen naar buiten.
Ik dacht nu komt het, maar Faolan liep richting straat, maakte een bocht naar rechts en liep recht uit, richting het park dat een eind verderop was.

We bleven maar lopen, wat me toch wel tegen viel ik had ander transport middel verwacht.
Na ongeveer drie kwartier lopen liepen we het park al weer uit, er woonde maar weinig mensen in deze omgeving, we liepen nog een half uurtje op diverse zandweggetjes.

Ineens hielden we halt, Faolan fluisterde wat in het oor van Daray als ik het goed onthouden had, ze leken zoveel op elkaar en vooral in dit schemerlicht.

Daray liep van ons af, na enkele minuten kwam hij weer terug, alles is gereed zei hij tegen faolan.
Oke, we gaan verder, zeker een paar minuten liepen we weer, toen kwam Daray weer naar voren hij had een voorwerp in zijn hand, die hij naar zijn mond bracht.
Er klonk een vreemd fluitsignaal, drie keer klonk het signaal, even later was er weer het zelfde geluid maar dan een eindje verderop.

Oké, de kust is veilig, we kunnen verder, na ongeveer 150 of 200 meter hielden we weer halt, uit het niets verschenen twee strijders, ze staan klaar hoorde ik ze zeggen.

We liepen achter ze aan, tot we bij weer drie strijders kwamen die een stuk of tien paarden vast hielden, prachtige grote slanke, maar vooral kool zwarte, met een prachtige glans.
Als ik goed geteld had waren het er 11, er zal er vast een voor reserve, omdat we in totaal met 9 riders waren en ik.
Ik kreeg al snel de hengsels van een paard in mijn handen gedrukt, even later klonk het sein opstijgen.

 

EINDE HOOFDSTUK 12

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.