All for Joomla All for Webmasters

Teun de Stroper (deel 1)

laatste update 14-12-2018

Teun de stroper

Teun de stroper struinde vroeg in de morgen langs de bosrand richting het meer het was nog donker maar Teun kende het gebied op zijn duimpje, voorzichtig en zonder veel geluid te maken sloop Teun de Stroper door het hoge gras.
Zo nu en dan bleef hij staan om te luisteren naar de omgeving Teun kende elk geluid en het bos en zijn omgeving kenden geen geheimen.
Teun had een paar fuiken uitgezet en die wilde hij straks uit lichten maar het meer was van de Baron en verboden gebied voor iedereen die er niets te zoeken had!
Maar Teun vond dat hij net zoveel recht had dan de Baron, de natuur is eigendom van ieder mens vond Teun en iedereen had het recht om daaruit te oogsten.
Op het terrein van de Baron stroopte hij om in leven te blijven, hij verkocht regelmatig een vette haas of konijn aan Kobus maar ook gerookte of verse paling.
Kobus was de waard van een armzalig vervallen hotel waar het ondanks dat schoon en netjes was en waar je goed kon eten voor weinig geld.
Nu denk je bij stropen meteen aan een strik waar dan die arme konijntjes in lopen en een gruwelijke dood te wachten staat.
Maar nee zo was Teun niet, Teun had een paar fretjes waarmee hij op jacht ging, Teun legde dan netten op alle holen van een konijnen burcht  dan liet hij in een van de gangen een fret los, deze ging dan meteen op jacht.
De konijntjes vluchtte dan via een van de uitgangen naar buiten maar kwamen dan in het net terecht, daar kregen ze dan een tik in de nek, met een snelle dood tot gevolg en veel humaner dan een strik.
Teun had ook een buks waarop een demper zat, Teun kon schieten als de beste en soms ging hij ermee op jacht dat deed hij met een lamp die speciaal voor dit doel gemaakt was.
In het donker verblinde hij met deze felle lamp konijnen, hazen en ander wild, en menig haasje werd voordat ze in de gaten hadden wat er aan de hand was met de buks dood geschoten, ook voor het schieten van fazanten en patrijzen was deze buks zeer geschikt!
Nu was stropen verboden en je kon een flinke gevangenisstraf krijgen als je gepakt werd maar Teun was een sluwe stroper en hij zorgde er wel voor dat hij niet gepakt werd, en met zo’n domme veldwachter werd het hem ook nog eens extra makkelijk gemaakt!
Maar ondanks dat was hij altijd op zijn hoede en ging hij zeker niet over een nacht ijs.
Nu kwam langzaam maar zeker het jachtseizoen dichterbij en dan waren er weer de jaarlijkse jacht partijen vaak tradities die al een hele lange tijd bestonden.
De Baron nodigde dan zijn vrienden uit voor de jacht het was belangrijk dat er voldoende wild was en jachtopziener van de Baron was daar verantwoordelijk over!
In de winter word er bijgevoerd, en het terrein word zo onderhouden dat wild zich er thuis voelt, vossen worden opgejaagd en afgeschoten.
Ook worden er fazanten en patrijzen gefokt in grote kooien een deel word dan uitgezet een paar dagen voor de jacht begon, zo is gegarandeerd dat de jacht een groot succes word!
Na de jacht word er een jachtfeest gehouden met veel wildbraad en drank en als de jacht goed is geweest dan word de Baron overladen met complimenten!
En de Baron is daar gevoelig voor en doet er dan ook elk jaar zijn uiterste best voor om van de jacht een groot succes te maken.
De baron heeft vele hectaren land dat bestaat uit weiden, heide velden, bossen en een groot meer waar in vroegere jaren klei werd gewonnen voor de steen industrie de baron is er steenrijk door geworden.
In dit meer wemelt het van de vis en met name de paling is talrijk en mede door de goede kwaliteit van het water is deze paling dan ook zeer smaakvol.
In het meer is jaren geleden een grote steiger gebouwd en op de wal ligt een grote roeiboot op z’n kop.
De Baron gaat binnenkort weer op jacht met een groot gezelschap, hij heeft Berend zijn jachtopziener de opdracht gegeven om te zoeken naar de plek waar op dit moment het meeste wild te vinden is.
Daar zullen dan ook kort voor de tijd wat fazanten en patrijzen worden losgelaten om de schietkans flink te vergroten.
Knorrig loopt Berend door de velden richting het meer de man is liever lui dan moe en het enige wat Barend het liefst doet is vissen, lekker lui met een hengel aan de waterkant zitten is zijn grote passie.
Berend is vanmorgen extra vroeg opgestaan en misschien mede daardoor met het verkeerde been uit bed gestapt, het begon ermee dat hij zijn  vinger verbrande aan de koffie ketel, even later wilde hij een boterham smeren bleek het brood op te zijn.
Toen hij even later met de krant van gisteren in de hand het laatste nieuws zat te lezen stootte hij zijn kopje koffie om de volle kop met koffie vloog natuurlijk over de rand van de tafel en droop even later over zijn schone broek.
Een grove vloek kwam er uit de mond van Berend, vooral toen hij door de hete koffie omhoog vloog en als klap op de vuurpijl zijn knie stootte aan de tafelpoot.
Vloekend en tierend liep Berend naar de slaapkamer om een andere broek aan te trekken, de vrouw van Berend lag nog te slapen en schoot door dat harde gevloek als een raket overeind.
Kun je stil zij ik lig hier nog te slapen…..idioot!!!….het is nog midden in de nacht mafkees.
Het humeur van Barend zakte door de reactie van zijn vrouw nog verder onder het nul punt.
Ach vrouw hou toch je waffel en ga verder slapen, Berend pakte snel een schone broek en verliet snel de slaapkamer bang voor nog meer commentaar van zijn vrouw.
De vrouw van Berend had in huis toch wel de broek aan en haar wil was wet maar ze kon koken als de beste en Barend hield wel van lekker eten.
Berend was extra vroeg opgestaan om te gaan vissen daarna zou hij de velden gaan verkennen, gisteren had hij al bij de composthoop al de wormen gestoken die als aas dienen.
De hengel was nagekeken en klaar voor gebruik omdat hij vroeg ging was het nog donker aan de waterkant dus maakte hij de hengel een dag van te voren al in orde.
Zonder verdere ongelukken kwam Berend een uurtje later aan bij het grote meer, hij besloot om op de steiger te gaan zitten en daar zijn geluk te beproeven.
Berend hoopte op en maaltje verse paling, die zou hij dan een van de komende dagen roken in de rook ton, mmm Berend likte zich al om de mond.
Even later lag het dobbertje in het water omdat het nog donker was moest hij de visdraad op spanning houden met zijn hengel Berend voelde dan aan de hengel of hij beet had.
Dit vergde toch wel enige concentratie toch was het voor Berend ontspanning en zijn pesthumeur was snel verdwenen en de gebeurtenissen van deze morgen waren weer snel vergeten.
Berend snoof een paar keer diep de frisse lucht naar binnen “mmm heerlijk”. mompelde hij.
Na twee uur vissen kwam zijn pesthumeur langzaam terug er had nog geen paling gehapt helemaal niets, Berend vond dat maar vreemd het wemelde van paling het weer was gunstig alles klopte op het bijten van de paling na.
Berend had al van alles geprobeerd, op de bodem vissen, boven de bodem, het aas was vervangen, alle plekjes voor hem had hij gehad en dicht bij de waterkant, verder van hem af, links en rechts van hem echt alles.
Berend besloot een andere plek te zoeken, misschien dicht bij de boot die een tiental meters verderop lag half onder een grote treurwilg.
Het duurde niet lang of Berend had zijn dobbertje weer in het water liggen met een verse regenwurm aan het haakje.
Het dobbertje lag zover mogelijk van de waterkant en het aas lag op de bodem daar was de meeste kans dat vette palingen toehapte.
Maar na een klein half uurtje wachten besloot hij het aas te verplaatsen naar een ander plekje meer naar rechts.
Toen hij de hengel op wilde halen voelde hij weerstand in de hengel Berend dacht dat hij beet had maar even later bleek dat zijn haak zich ergens anders in had vastgeprikt dan een paling.
In eerste instantie dacht Berend dat de haak vast zat in een waterplant, maar even later bleek dat toch niet zo te zijn.
In de ochtendschemering zat Berend te turen naar het water de gebogen hengel trok iets vreemds boven water, huhh wat is dat dan?
Het leek wel een fuik……….het leek niet een fuik het was een fuik!!!! Na een worsteling van ongeveer 20 minuten lag er een fuik van ca 3 meter op de oever, het slechte humeur van Berend was meteen terug maar dan nog veel erger….. Berend was woest.
“Die smerige ellendige stroper”, er volgde een serie scheldwoorden die niet voor ieders oren bestemd zijn, maar een ding was zeker Barend was woest en dat is nog zacht uitgedrukt.
De palingen die in de fuik zaten hadden geluk Berend gaf ze weer de vrijheid hij wilde geen palingen die door die smerige stroper waren gevangen en de fuik zou hij later op de dag op de brandstapel gooien.
En vanmiddag zou hij zijn beklag doen bij de Baron opsluiten moesten ze die stroper en nooit meer vrijlaten!
Woest pakte hij zijn vis spullen bij elkaar greep de fuik om vervolgens schelden op huis aan te gaan.
Het was herfst en de langzaam opkomende ochtendzon toverde een prachtige zijdeglans op de verdorde bladeren van de bomen.
De zachte koperen, brons en goudtinten maakte van de herfst een kleurrijk plaatje, het ritselende geluid bij een zachte bries maakte het plaatje compleet.
Toen Teun bij het meer aankwam bemerkte hij meteen dat er onraad was, het was een soort zesde zintuig die Teun had en dat gevoel had hem al menig maal gered.
In de schemering zag hij de vissende jachtopziener die bezig was zijn fuik uit het water te trekken dit gebeurde met het nodige gevloek en getier.
Teun bekeek alles rustig op een veilig afstandje, Teun had meerdere fuiken staan op verschillende plekken ze waren zo neergezet dat ze onzichtbaar waren.
Maar doordat het haakje in de fuik was blijven hangen had Berend de fuik ontdekt een vervelend toeval en zo’n fuik was best wel kostbaar!
Toen een kleine twintig minuutjes later hij Berend met zijn fuik onder de arm zag weglopen besloot Teun er voorzichtig achteraan te gaan het is mijn fuik en daar blijft hij met zijn tengels van af.
Het was een kleine twintig minuten lopen naar het huisje van Berend, het jachtopziener huisje staat op de grond van de Baron.
Voorzichtig sluipt Teun achter de Berend aan die helemaal niets in de gaten heeft.
Het humeur van Berend was al slecht deze morgen, met het verkeerde been uit bed stappen, de vinger verbranden, een zeurende vrouw, geen beet gehad bij het vissen en dan als klap op de vuurpijl een fuik boven halen van die vieze, smerige en vuile stroper!!
De stoom kwam uit zijn oren en voet stampend ging hij op huis aan en daar zou hij straks die fuik verbranden en dan naar de Baron om daar zijn beklag te doen.
Daar aangekomen gooide hij de fuik tegen de muur en ging naar binnen Truus de vrouw van Berend had al snel in de gaten dat haar man een niet te best humeur had.
“wil je koffie?’, vroeg ze aan haar man, Berend zat op een oude rookstoel voor zich uit te staren en was met zijn gedachten heel ergens anders, “WIL JE KOFFIE!!!!”, vroeg ze nogmaals maar dan op een wat hardere toon.
Berend schrok er van, “Huhh watte?”
“of….je….koffie…. wilt!!!!!!………mens wat is er toch met jou vanmorgen???” Truus was er helemaal klaar mee, “en anders pak je zelf maar koffie hoor!”
“ja doe maar ik lust wel en bakje”, Truus zetten een bakje koffie voor de neus van Berend, maar Berend was al weer in zijn gedachten weggezakt..
“Alsjeblieft!”, maar Berend gaf geen kik en hoofdschudden ging Truus maar weer verder met de huishouding en liet Berend maar lekker verder smoren in zijn eigen vet!
Een klein uurtje later was Berend een vuurtje aan het stoken, hij had nog wat oude pruttel die hij wilde verbranden en dan kon hij de fuik er meteen opgooien.
Toen het vuurtje lekker brandde liep Berend langs het huis naar de voorkant om de fuik te pakken, maar de fuik lag niet meer op de plek waar Berend hem had neer gegooid, verstrooid en verbaast keek hij in het rond………”huhh?………waar is die fuik gebleven??” mompelde hij.
Even twijfelde Berend aan zich zelf hij wist zeker dat hij dat ding daar had neergegooid.
Zijn humeur werd nog slechter dan dat hij al was het scheelde niet veel of Berend plofte van woede uit elkaar.
Teun was op dat moment erg in zijn nopjes hoe gemakkelijk had hij zijn fuik wel niet terug gekregen hij had gewoon tegen het huis aangelegen.
Teun had de fuik gepakt en was er als een haas vandoor gegaan. Bij het meer aangekomen had hij snel alle andere fuiken gelicht en was daarna snel naar huis gegaan.
De fuiken had hij maar niet terug gezet maar in plaats daarvan achter in zijn schuur opgehangen zodat ze konden drogen.
De gevangen palingen zaten in een grote bun (dat is een grote ton met water), op een later tijdstip werden de palingen dan gerookt of vers verkocht gelang de vraag.
Een paar uur later klopte Berend op de deur van de Baron om zijn beklag te doen.
Terwijl Berend bezig is de fuiken in de schuur op te hangen zodat ze kunnen drogen, ging het bij Berend een stuk minder. Nadat Berend ziedend om het huis was gelopen en er achter was gekomen dat de fuik die hij even te voren aan de voorkant van het huis tegen een muur had gelegd  weg was.
De maat was vol, Berend zag het als je reinste diefstal en dat maakte hem nog woester dan hij was hij besloot om zijn gal te spugen bij de Baron.
Nadat de Baron wat later op de dag het verhaal van Berend had beluisterd zakte hij achterover in zijn grote rookstoel, hij nam een paar trekjes van zijn dikke sigaar en dacht na over het gesprek.
Als er iets was op deze aardbol wat de Baron haatte dan was het wel stropers en vooral de stropers die op zijn land alles weg stroopten.
En het word tijd dat daar paal en perk aan gesteld word, het was zijn wild en zijn palingen en daar moest een ander met zijn tengels vanaf blijven!
De baron nam een belletje ter hand en klingelde er mee, even later kwam er een jonge dame aanlopen die vroeg wat meneer wenste.
Kun je aan de veldwachter vragen of hij morgen even hier kan komen rond een uurtje of tien?
“Ja Meneer”, antwoordde de jonge dame en ze verliet de ruimte!
De volgende dag stipt om tien uur stond veldwachter Slim voor de deur.
“Morgen Slim mooi op tijd”, de Baron had een hekel aan mensen die te laat kwamen.
Maar Veldwachter Slim was keurig op tijd.
Nu paste de achternaam slim totaal niet bij de Veldwachter omdat slim wel heel erg sterk was uitgedrukt, dom was misschien beter geweest.
“Ga zitten Slim”, en de baron wees naar een stoel, waarop even later Veldwachter Slim plaats nam.
Na de gebruikelijk inleiding van hoe is het en met de familie kwam de baron ter zake.
Luister Slim er gebeuren dingen op mijn velden die ik niet kan tolereren en ik wil dat er wat aan gedaan word.
Mijn velden worden leeg gestroopt en mijn kostbare palingen weggevangen er blijft geen wild over Slim.
Jij bent de Veldwachter en ik verwacht dat jij stappen gaat ondernemen om die smerige stropers in hun kraag te pakken.
En als er op korte termijn niets gaat veranderen dan zal ik niet twijfelen om in gesprek te gaan met de burgemeester om jou functie als Veldwachter eens te bespreken.
Over een paar weken ga ik met vrienden op jacht en als er geen wild geschoten word dan is dat een grote blamage voor mij, begrijp je dat Slim?
“Ja meneer dat begrijp ik en ik zal er alles aan toen om die stropers in hun kraag te vatten dat kunt u van mij aannemen meneer!”, veldwachter Slim was natuurlijk bang om zijn baan te verliezen.
Nu kun je van veldwachter Slim zeggen wat je wilt, dat hij misschien niet de slimste is maar Slim is zeker niet iemand die snel opgeeft. als hij zich ergens in vast bijt dan geeft hij niet zo gemakkelijk op!
Nu is het bij stropers juist andersom stropers hebben vaak de reputatie dat ze slim en gehaaid zijn, de veldwachter had alleen slim als achternaam.
Toen Slim na het gesprek met de baron weer naar huis ging was hij helemaal in zijn gedachten verzonken, een paar mensen groeten de veldwachter in het voorbij gaan, maar Slim had het niet in de gaten hij keek star voor zich uit en verbaast keken de mensen hem na.

Word vervolgd in deel twee.

IKKE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *